E N K E L V O U D I G E K A M E R 02/6110 WAO + 02/6111 WAO + 03/855 WAO U I T S P R A A K in de gedingen tussen: [appellante], gevestigd te [vestigingsplaats], appellante, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN DE GEDINGEN Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv. Bij beroepschriften van 5 december 2002 en 20 februari 2003 heeft J.H.C. van Dongen, werkzaam bij de Metaalunie te Nieuwegein, als gemachtigde van appellante op bij aanvullende beroepschriften aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de door de rechtbank Roermond op respectievelijk 4 november 2002, nummers 01/932 en 02/569, en 23 januari 2003, nummer 02/866, tussen partijen gewezen uitspraken (hierna: de aangevallen uitspraken). Gedaagde heeft verweerschriften ingediend. De gedingen zijn behandeld ter zitting van de Raad op 21 september 2004, waar namens appellante is verschenen J.H.C. van Dongen, voornoemd, en waar namens gedaagde zijn verschenen mr. K.D. van Someren en E. van Dompselaar, werkzaam bij het Uwv. II. MOTIVERING De aangevallen uitspraken hebben betrekking op besluiten van gedaagde strekkende tot vaststelling van de voor appellante geldende gedifferentieerde premie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) voor de premiejaren 1998, 1999 en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.