02/4754 NABW (rectificatie) U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 1 augustus 2002, reg.nr. 01/1448 NABW. Namens gedaagde is een verweerschrift ingezonden. Partijen hebben nog nadere stukken ingezonden. Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 14 december 2004, waar partijen - met kennisgeving - niet zijn verschenen. II. MOTIVERING Aan appellant is met ingang van 2 december 1982 een uitkering ingevolge de Algemene Bijstandswet toegekend. Na de inwerkingtreding van de Algemene bijstandswet (Abw) is de uitkering voortgezet op grond van die wet. Gedaagde heeft appellant bij een ongedateerd besluit, dat op 6 juni 2001 door appellant is ontvangen, voor de duur van één jaar ontheven van de in artikel 113, eerste lid, van de Abw bedoelde verplichtingen, zulks om hem in staat te stellen een therapeutische behandeling te ondergaan. Gedaagde heeft het bezwaar van appellant tegen dit besluit bij besluit van 5 oktober 2001 ongegrond verklaard. Gedaagde stelt zich op het standpunt dat uit door de psycholoog M.J. Heurman, werkzaam bij Ausems Kerkvliet, verricht psychodiagnostisch onderzoek is gebleken dat bij appellant sprake is van structureel aanwezige functionele beperkingen die in de weg staan aan zijn reïntegratie op de arbeidsmarkt. Gedaagde heeft het door deze psycholoog uitgebrachte advies dat appellant zich daarvoor zou moeten laten behandelen overgenomen en hem met het oog op zulk een behandeling voor de duur van één jaar vrijgesteld van de in artikel 113, eerste lid, van de Abw bedoelde verplichtingen. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 5 oktober 2001 ongegrond verklaard. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd. Hij stelt zich op het standpunt dat hem niets mankeert en dat het standpunt van gedaagde dat hij zich zou moeten laten behandelen hem beperkt bij het vinden van werk. Ter ondersteuning van dit standpunt is een rapport van M. van de Rijt, werkzaam bij Spatie, overgelegd. Appellant wenst ingeschreven te worden bij het arbeidsbureau en begeleid te worden naar passend werk. Hij stelt dat de sociale dienst en het arbeidsbureau uitgaan van onjuiste gegevens en dat zij hem belemmeren bij het zoeken naar werk. Gedaagde heeft in hoger beroep gepersisteerd bij zijn in het besluit van 5 oktober 2001 neergelegde standpunt. Daaraan is toegevoegd dat na dit besluit getracht is appellant te bemiddelen naar werk en dat hem in dat kader een concrete baan bij de groenvoorziening van de gemeente Apeldoorn is aangeboden. Door toedoen van appellant zou dit echter zonder resultaat zijn gebleven. De Raad komt tot de volgende beoordeling. De Raad stelt vast dat gedaagde zich baseert op het in opdracht van de gemeente uitgebrachte advies van de psycholoog M.J. Heurman van 21 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.