02/3146 WAO + 02/3147 WAO U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN DE GEDINGEN Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv. Namens appellant heeft mr. H. Stoppelenburg, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 april 2002, nummers AWB 01/4478 WAO en AWB 02/654 WAO, waarnaar hierbij wordt verwezen. De gedingen zijn behandeld ter zitting van de Raad op 18 januari 2005, waar appellant niet is verschenen, en waar namens gedaagde is verschenen mr. N. Strikwerda, werkzaam bij het Uwv. II. MOTIVERING Appellant heeft bij een textielatelier gewerkt en is door faillissement werkloos geworden. Tijdens werkloosheid is hij in verband met psychische klachten in februari 1999 arbeidsongeschikt geworden. Bij het bestreden besluit van 27 november 2000 heeft gedaagde het bezwaar van appellant tegen een eerder genomen besluit gegrond verklaard en appellant met ingang van 23 februari 2000 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%, toegekend. In verband met een nieuwe ziekmelding heeft gedaagde de uitkering van appellant ingevolge de WAO met ingang van 9 oktober 2000 verhoogd en berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% tot 100%. Bij het bestreden besluit van 9 november 2001 heeft gedaagde onder meer het bezwaar van appellant tegen een eerder genomen besluit tot verlaging van de uitkering ingevolge de WAO met ingang van 22 december 2000 gegrond verklaard en besloten de uitkering ingevolge de WAO met ingang van 22 februari 2001 te herzien en te berekenen naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. De rechtbank heeft geoordeeld dat gedaagde bij zijn besluitvorming met betrekking tot beide besluiten in voldoende mate rekening heeft gehouden met de voor appellant geldende medische beperkingen. De bezwaarverzekeringsarts heeft appellant laten onderzoeken door de psychiater R.A. Achilles. Deze psychiater heeft in zijn rapport van 10 augustus 2000 geoordeeld dat er bij appellant sprake is van een lichte, chronische depressieve stoornis, eenmalige episode, en dat hij enige uren per dag structurele activiteiten zou moeten kunnen uitvoeren. Hieruit heeft de bezwaarverzekeringsarts naar het oordeel van de rechtbank terecht de conclusie getrokken dat voor appellant op medische gronden een urenbeperking moet gelden van 20 tot 24 uur per week en maximaal 4 tot 5 uur per dag op de datum 23 februari 2000 en op de datum 22 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.