03/1939 NABW U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 27 maart 2003, reg.nr. 02/1429 ABW. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 15 maart 2005, waar partijen niet zijn verschenen. II. MOTIVERING De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. Appellant is met ingang van 13 september 1981 een uitkering ingevolge de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers toegekend in de vorm van een geldlening onder verband van krediethypotheek tot een maximumbedrag van f 32.600,--, nadien als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving gewijzigd in een bedrag van f 17.424,99 (€ 7.907,12). De bijstandsuitkering is vervolgens om niet voortgezet, laatstelijk ingevolge de Algemene bijstandswet (Abw), en uiteindelijk met ingang van 1 december 2001 beëindigd wegens het bereiken van de 65-jarige leeftijd en het uit dien hoofde ontvangen pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW). Bij besluit van 21 mei 2002 heeft gedaagde, met inachtneming van artikel 4, vierde lid, tweede volzin, van de Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet en de bepalingen van het Bijstandsbesluit krediethypotheek, bepaald dat appellant met ingang van 1 juni 2002 maandelijks € 59,30 aan rente en aflossing dient terug te betalen van de verstrekte leenbijstand. Bij besluit van 22 november 2002 heeft gedaagde het tegen laatstgenoemd besluit gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en het maandelijks terug te betalen bedrag met inachtneming van artikel 1, eerste lid, van de Regeling uitstel van betaling rente en aflossing krediethypotheek nader vastgesteld op € 27,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.