02/6163 WAZ U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv. Bij besluit van 10 september 2001 heeft gedaagde geweigerd aan appellant per 11 november 2001 een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) toe te kennen onder de overweging dat appellant na afloop van de wachttijd minder dan 25% arbeidsongeschikt is. Het tegen het besluit van 10 september 2001 gemaakte bezwaar is bij besluit van 8 maart 2002 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard. De rechtbank Roermond heeft bij uitspraak van 28 oktober 2002, geregistreerd onder nummer 02/392 WAZ, het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Op bij aanvullend beroepschrift van 7 januari 2003 (met bijlagen) aangevoerde gronden heeft mr. R. van de Water, advocaat te Utrecht, tegen die uitspraak hoger beroep ingesteld. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Bij schrijven van 28 januari 2003 heeft mr. Van de Water aanvullende gronden ingediend. Bij schrijven van 13 januari 2003 heeft gedaagde enkele nadere arbeidskundige stukken ingediend terwijl bij schrijven van 11 februari 2003 op het schrijven van 28 januari 2003 van de gemachtigde van appellant is gereageerd. Mr. E. Hoek, eveneens advocaat te Utrecht, heeft, als de nieuwe gemachtigde van appellant, bij schrijven van 10 november 2004 een rapportage van het Expertisecentrum Voor Arbeidsgerelateerde Aandoeningen B.V. d.d. 1 juni 2004 ingebracht. Naar aanleiding van hetgeen ter zitting van 26 november 2004 is gebleken heeft de Raad de zaak aangehouden teneinde gedaagde de gelegenheid te bieden de zaak in zijn geheel opnieuw te bekijken en daarbij zowel de medische als de arbeidskundige component te betrekken. Bij schrijven van 31 januari 2005 heeft gedaagde een rapportage van de bezwaarverzekeringsarts P. Tjen d.d. 17 januari 2005 en een rapportage van bezwaararbeidsdeskundige P.M.J. Kursten d.d. 25 januari 2005 (met bijlagen) overgelegd. Het geding is voortgezet behandeld ter zitting van de Raad gehouden op 22 april 2005 alwaar appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. Hoek en waar gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door M.J.H. Steeghs, werkzaam bij het Uwv. II. BESLISSING Appellant was laatstelijk werkzaam als zelfstandig tekenaar. Hij is op 13 november 2000 uitgevallen met klachten over pijn in zijn nek alsook zijn rechterschouder, -arm en -hand. Aan het bestreden besluit heeft ten grondslag gelegen de rapportage van de verzekeringsarts L.H.W. Sabel van 27 augustus 2001 die onder andere beperkingen heeft aangenomen voor het gebruik van de rechterarm. Appellant kan deze slechts ondersteunend gebruiken. Voor zover het gebruik van de rechterarm binnen de aangegeven beperkingen niet te vermijden is, wordt een additionele urenbeperking van 1-2 uur per dag reëel geacht. De arbeidsdeskundige M.B.L.M. Stalman heeft appellant een aantal functies voorgehouden waarmee appellant ongeveer 90% van zijn maatmaninkomen kan verdienen, zodat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 25% in de zin van de WAZ bedraagt. In de bezwarenprocedure heeft gedaagde enerzijds enkele functies laten vervallen en anderzijds enkele functies bijgeduid. Blijkens de rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige Kursten d.d. 25 januari 2005 resteren van de geselecteerde functies in ieder geval nog de functies artsenbezoeker/rayonmanager (fb-code 4611), vertegenwoordiger (fb-code 4610), verkoper keukens (fb-code 4906) en dompelaar/voorbehandelaar spuiterij (fb-code 7289). De functies bewaarder beveiligingsbeambte (fb-code 5899) en portier fabr. lijm, as en gelatine (fb-code 5992) en kontroleur casino (fb-code 5992) zijn functies met wisselende diensten en worden op voorhand buiten aanmerking gelaten. Ter zitting van de Raad heeft de gemachtigde van appellant aangevoerd dat een analyse van de feitelijke belasting van de geduide functies ontbreekt en dat zelfs nadat de zaak na de eerdere zitting is aangehouden er door gedaagde geen onderzoek is gedaan naar de belastbaarheid van appellants rechterarm en de feitelijke belasting van de functies. Niet bekeken is of de geselecteerde functies geschikt voor appellant zijn te achten. Met betrekking tot de arbeidskundige kant van de zaak stelt de gemachtigde van appellant zich op het standpunt dat de functie artsenbezoeker/rayonmanager niet passend is, omdat er voor die functie een opleiding op HAVO-niveau wordt gevraagd en appellant daar niet over beschikt. Voor de functie dompelaar/voorbehandelaar spuiterij wordt een VBO-diploma mechanische techniek gevraagd en daar beschikt appellant evenmin over. De functie vertegenwoordiger is blijkens de geactualiseerde gegevens voor het laatst bekeken op 6 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.