03/984 WAO U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellante], wonende te [woonplaats], appellante, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv. Bij besluit van 28 mei 2001 heeft gedaagde geweigerd aan appellante een uitkering ingevolge de Wet op de arbeids- ongeschiktheidsverzekering (WAO) toe te kennen, omdat appellante per 15 mei 2001, in aansluiting op het einde van de wachttijd, minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Bij besluit van 7 november 2001 heeft gedaagde het bezwaar van appellante tegen bovengenoemd besluit ongegrond verklaard. De rechtbank Breda heeft bij uitspraak van 27 januari 2003, nr. 01/1952 WAO, het tegen het besluit van 7 november 2001, hierna: bestreden besluit, ingestelde beroep ongegrond verklaard. Namens appellante heeft mr. P.A.M.M. Dingemans, advocaat te Ulvenhout, op bij beroepschrift van 26 februari 2003 aangevoerde gronden, tegen die uitspraak hoger beroep ingesteld. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend, gedateerd 16 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.