E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/4912 ALGEM U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellante], gevestigd te [vestigingsplaats], appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij besluit van 12 juni 2003 heeft gedaagde ongegrond verklaard de bezwaren van appellante tegen het besluit 16 januari 2003, waarbij de in 1999 voor appellante werkzaam geweest zijnde heer [naam werknemer] (hierna: [naam werknemer]) verplicht verzekerd is geacht voor de sociale werknemersverzekeringswetten. De rechtbank Utrecht heeft bij uitspraak van 9 augustus 2004, registratienummer 03/1652, het namens appellante tegen dat besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. Namens appellante is H.H. van Braak, accountant-administratieconsulent te Veenendaal, op bij aanvullend beroepschrift van 13 oktober 2004 aangevoerde gronden van die uitspraak bij de Raad in hoger beroep gekomen. Gedaagde heeft een verweerschrift, gedateerd 28 december 2004, ingediend. Het geding is aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 30 juni 2005, waar partijen - zoals aangekondigd - niet zijn verschenen. II. MOTIVERING Appelante richt zich op het verzorgen van opleidingen en het geven van cursussen op het gebied van management, verkooptechnieken, telemarketing en in- en externe communicatie. In 1999 heeft [naam werknemer] voor appellante cursussen verzorgd. Naar aanleiding van een bij appellante gehouden looncontrole heeft gedaagde de arbeidsverhouding tussen appellante en [naam werknemer] nader onderzocht en wel aan de hand van door appellante en [naam werknemer] ingevulde vragenlijsten. Op basis van de gegeven antwoorden is gedaagde tot de conclusie gekomen dat de arbeidsverhouding tussen appellante en [naam werknemer] valt te kwalificeren als een privaatrechtelijke dienstbetrekking in de zin van de artikelen 3 van de sociale werknemersverzekerings- wetten en deswege [naam werknemer] verplicht verzekerd moet worden geacht voor deze wetten. Dit standpunt heeft gedaagde gehandhaafd bij zijn besluit van 12 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.