04/4995 NABW U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, gedaagde. I. ONSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle van 10 augustus 2004, reg.nr. 04/137 NABW. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Appellant heeft nog nadere stukken aan de Raad gezonden. Gedaagde heeft een nader besluit van 14 juli 2005 ingezonden. Het geding is behandeld ter zitting van 26 juli 2005, waar appellant in persoon is verschenen, en waar gedaagde - met voorafgaand bericht - zich niet heeft laten vertegenwoordigen. II. MOTIVERING De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. Appellant ontving vanaf 1 april 1997 een uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet. Gedaagde heeft met ingang van 6 augustus 2003 het recht op bijstand van appellant ingetrokken op de grond dat appellant de inlichtingenverplichting niet of niet behoorlijk is nagekomen omdat hij op die datum geen medewerking heeft verleend aan een huisbezoek. Deze intrekking is na bezwaar gehandhaafd. Het hiertegen ingestelde beroep is door de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle bij uitspraak van 23 januari 2004, reg.nrs. AWB 03/1578 en 03/1575 NABW ongegrond verklaard. Appellant heeft geen hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak. Op 8 oktober 2003 heeft gedaagde het voornemen bekend gemaakt dat wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van voormelde verplichting een boete zal worden opgelegd. Bij besluit van 24 oktober 2003 heeft gedaagde hiervan afgezien en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing omdat geen sprake is geweest van financieel nadeel van de gemeente. Deze waarschuwing is na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 29 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.