05/80 NABW + 05/85 NABW + 05/86 NABW U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats], opposant, en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN DE GEDINGEN Bij uitspraken van de Raad van 29 maart 2005 zijn de door opposant ingestelde verzoeken om herziening tegen de uitspraken van de Raad van 14 december 2004, reg.nrs. 03/6478 ONBEK, 03/6481 NABW en 03/6482 NABW niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraken heeft opposant verzetschriften ingediend. Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 3 augustus 2005, waar partijen -opposant met bericht- niet zijn verschenen. II. MOTIVERING De uitspraken van de Raad van 29 maart 2005 steunen kort samengevat hierop, dat de bij het instellen van de verzoeken om herziening verschuldigde griffierechten van € 102,-- niet binnen de laatstelijk door de griffier bij aangetekende brieven van 8 februari 2005 gestelde termijn zijn betaald, en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposant niet in verzuim is geweest. In geding is de vraag of de verzoeken om herziening van opposant terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard. De Raad ziet geen aanleiding om die vraag ontkennend te beantwoorden. In aansluiting op hetgeen in eerder genoemde uitspraken van 29 maart 2005 is overwogen merkt de Raad op dat de verschuldigdheid van het griffierecht voor de behandeling van het hoger beroep voortvloeit uit het bepaalde in artikel 22 van de Beroepswet. Op de verschuldigdheid van het griffierecht is opposant gewezen bij brieven van 8 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.