E N K E L V O U D I G E K A M E R 03/5101 WAO + 04/954 WAO U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellante], wonende te [woonplaats], appellante, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv. Als gemachtigde van appellante heeft mr. M.J. Blom, destijds advocaat te Spijkenisse, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 september 2003, nummer WAO 03/586-ZWI, waarnaar hierbij wordt verwezen. Gedaagde heeft bij brief van 13 februari 2004 de Raad een afschrift gezonden van zijn besluit van diezelfde datum, genomen ter uitvoering van de aangevallen uitspraak, waarbij wederom ongegrond wordt verklaard het bezwaar van appellante tegen een besluit van 5 november 2001, en waarbij appellante na afloop van een wachttijd van 52 weken een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) is geweigerd omdat zij door gedaagde voor minder dan 15% arbeidsongeschikt wordt geacht. Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 2 augustus 2005, waar appellante, zoals tevoren was bericht, niet is verschenen en waar namens gedaagde is verschenen W.L.J. Weltevrede, werkzaam bij het Uwv. II. MOTIVERING Bij besluit van 20 januari 2003 heeft gedaagde ongegrond verklaard het bezwaar van appellante tegen een besluit van 5 november 2001, waarbij appellante na afloop van een wachttijd van 52 weken een uitkering ingevolge de WAO is geweigerd omdat zij door gedaagde voor minder dan 15% arbeidsongeschikt wordt geacht. De rechtbank heeft geoordeeld dat de belastbaarheid van appellante als aangescherpt door de bezwaarverzekeringsarts juist is vastgesteld. Voorts oordeelde de rechtbank dat sommige van de functies, die bij de schatting zijn gebruikt vanwege het niet voldoen aan de actualiteitseis of aan opleidingsvereisten komen te vervallen waardoor er te weinig functies overblijven. De rechtbank heeft het besluit van 20 januari 2003 vernietigd wegens strijd met artikel 9, aanhef en onder a van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. Gedaagde is opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Gedaagde heeft in de aangevallen uitspraak berust en ter uitvoering daarvan het in rubriek I van deze uitspraak vermelde besluit genomen. De Raad overweegt als volgt. Aangezien het in rubriek I weergegeven besluit van 13 februari 2004, dat gedaagde ter uitvoering van de aangevallen uitspraak heeft genomen, aan het beroep niet geheel tegemoet komt, wordt ingevolge de artikelen 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dit beroep geacht mede te zijn gericht tegen het besluit van 13 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.