E N K E L V O U D I G E K A M E R 04/5350 WAO U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet (BW) in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats], opposant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Arnhem op 16 augustus 2004 (reg. nr. AWB 03/2753) tussen partijen gegeven uitspraak. Bij uitspraak van 13 mei 2005 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep niet tijdig bij de Raad is ingediend en niet is gebleken van redenen op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposant in verzuim is geweest. Opposant is van die uitspraak in verzet gekomen. Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 21 september 2005, waar opposant is verschenen en geopposeerde - met voorafgaand bericht - niet is verschenen. II. MOTIVERING Volgens artikel 6:24 van de Awb in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat voor wat betreft het hoger beroep in op de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van toezending van een afschrift aan partijen bekend is gemaakt. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. De aangevallen uitspraak is op 16 augustus 2004 in afschrift aan partijen verzonden. De termijn voor het instellen van hoger beroep is aangevangen op 17 augustus 2004 en geëindigd op 27 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.