05/2377 WAO U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Appellant heeft op bij beroepschrift van 20 april 2005 aangegeven gronden hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Arnhem op 30 maart 2005, nr. AWB 05/82, tussen partijen gegeven uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 16 september 2005, waar partijen - gedaagde met schriftelijk bericht - niet zijn verschenen. II. MOTIVERING Bij zijn oordeelsvorming gaat de Raad uit van de volgende feiten en omstandigheden. Bij besluit van 14 september 2004 heeft gedaagde geweigerd aan appellant een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) toe te kennen onder de overweging dat appellant op en na 29 april 2003 minder dan 25% arbeidsongeschikt is. Tegen dat besluit heeft appellant bij brief, gedagtekend 22 oktober 2004, bezwaar gemaakt. Deze brief is door gedaagde op 1 november 2004 ontvangen. Het poststempel vermeldt de datum “28 X 04”. Bij besluit van 30 november 2004 (het bestreden besluit) heeft gedaagde het bezwaar tegen het besluit van 14 september 2004 niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe het volgende overwogen: " Gelet op het feit dat het bezwaarschrift is voorzien van een poststempel van TPG Post van 28 oktober 2004 heeft als uitgangspunt te gelden dat het bezwaar op die datum ter post is bezorgd. Eiser heeft weliswaar gesteld, maar niet aannemelijk gemaakt dat het bezwaarschrift uiterlijk op 26 oktober 2004 ter post is bezorgd. Het bepaalde in artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is derhalve niet van toepassing. De rechtbank komt naar aanleiding van hetgeen door eiser is aangevoerd voorts tot de conclusie dat de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar is." Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij van mening blijft dat er wel degelijk iets mis is gegaan bij TPG post en dat derhalve de datum van een poststempel geen maatstaf mag zijn. De Raad overweegt als volgt. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat uit artikel 6:8, eerste lid, van de Awb volgt dat de bezwaartermijn in het voorliggende geval aanvangt met ingang van de dag na de dag van toezending van het besluit d.d. 14 september 2004, dat wil zeggen met ingang van woensdag 15 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.