04/2623 AW U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellante], wonende te [woonplaats], appellante, en de Minister van Justitie, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Appellante heeft op de daartoe bij aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 29 maart 2004, nr. Awb 03 - 1372 AW, waarnaar hierbij wordt verwezen. Gedaagde heeft meegedeeld geen verweerschrift te zullen indienen. Het geding is behandeld ter zitting van 1 september 2005, waar appellante in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. J.A. Koops-Scheele, advocaat te Amsterdam. Gedaagde heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.A. in ’t Veen, werkzaam bij het Ministerie van Justitie. II. MOTIVERING 1. Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende. 1.2. Appellante was werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het Ministerie van Justitie. Aan haar is per 1 mei 2002 op verzoek eervol ontslag verleend. Voorafgaand aan haar vertrek heeft zij per e-mail afscheid genomen van alle medewerkers van drie directies van de IND, in welke mail kritiek werd geleverd op twee met name genoemde leidinggevenden. Gedaagde heeft deze e-mail aangemerkt als smaad en laster. In verband daarmee is appellante disciplinair gestraft met inhouding van een half maandsalaris. De bezwaaradviescommissie heeft geadviseerd deze straf om te zetten in een berisping, welk advies niet is gevolgd. Het besluit tot handhaving van de straf van inhouding van een half maandsalaris is vernietigd door de rechtbank, waarbij is overwogen dat de straf onevenredig is. 1.3. De sollicitatie van appellante in november 2002 naar de functie van gerechtssecretaris bij het parket te Amsterdam heeft niet geleid tot benoeming in deze functie, omdat het parket, nadat vanwege de IND desgevraagd informatie is verstrekt over appellantes disciplinaire bestraffing en haar optreden dat tot die bestraffing heeft geleid, twijfel had over een aantal vaardigheden waarover appellante zou moeten beschikken als parketsecretaris. 1.4. Bij brief van 7 januari 2003 heeft appellante zich tot de IND gewend met een verzoek om schadevergoeding wegens loonderving, daartoe stellende dat de IND door het zonder toestemming verstrekken van informatie omtrent haar functioneren aan het parket jegens haar als gewezen ambtenaar onrechtmatig, want in strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), heeft gehandeld. Op dit verzoek is door gedaagde afwijzend beslist, welk besluit na bezwaar is gehandhaafd bij het bestreden besluit van 8 juli 2003. 2. De rechtbank heeft het daartegen ingestelde beroep bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. 3. Ingevolge artikel 8 van de Wbp mogen persoonsgegevens slechts worden verwerkt indien: a. de betrokkene voor de verwerking zijn ondubbelzinnige toestemming heeft verleend; b. (……..) c. (………) d. (………) e. de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak door het desbetreffende bestuursorgaan dan wel het bestuursorgaan waaraan de gegevens worden verstrekt, of f. de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de verantwoordelijke of van een derde aan wie de gegevens worden verstrekt, tenzij het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene, in het bijzonder het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, prevaleert. Onder verwerking van persoonsgegevens wordt ingevolge artikel 1 van de Wbp verstaan: elke handeling of elk geheel van handelingen met betrekking tot persoonsgegevens, waaronder in ieder geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van gegevens. 4.1. De omstreden informatie bestond in dit geval uit (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.