03/4897 WAO U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellante], wonende te [woonplaats], appellante, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij besluit van 24 juni 2002 heeft gedaagde het bezwaar van appellante tegen het besluit van 21 december 2001, waarbij gedaagde heeft bepaald dat appellantes uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke wordt berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%, per 1 maart 2001 ongewijzigd blijft, ongegrond verklaard. De rechtbank Almelo heeft het beroep van appellante tegen het besluit van 24 juni 2002 bij uitspraak van 1 september 2003, nr. 02/579 WAO, ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellante hoger beroep ingesteld op door G. Grote Beverborg, werkzaam bij Arcon Belangenbehartigers te Hengelo, bij beroepschrift van 1 oktober 2003 aangevoerde gronden. Gedaagde heeft een verweerschrift, gedateerd 20 november 2003, ingediend. Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van de Raad, gehouden op 28 oktober 2005, waar partijen - gedaagde met bericht - niet zijn verschenen. II. MOTIVERING Onder verwijzing naar de aangevallen uitspraak voor een uitgebreide weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden volstaat de Raad met het volgende. Dit geding wordt beheerst door het antwoord op de vraag of de beperkingen op grond waarvan appellante ten tijde van de beoordeling in 2001 volledig arbeidsongeschikt is geacht, voortkomen uit dezelfde ziekteoorzaak als die op grond waarvan de uitkering van appellante laatstelijk per 1 mei 1977 was herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Weliswaar heeft gedaagde zowel bij de herbeoordeling in het kader van de Wet Terugdringing Beroep op de Arbeidsongeschiktheidsregelingen in 1995, als bij de vijfdejaarsherbeoordeling in 2001 vastgesteld dat appellante voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt is, doch met toepassing van artikel 37, tweede lid, van de WAO heeft gedaagde appellantes uitkering niet herzien. De rechtbank heeft reeds gewezen op artikel 37 van de WAO waarin op de in dit geding relevante datum het volgende was bepaald: “
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.