05/1113 WW U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellante], wonende te [woonplaats], appellante, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Appellante heeft op bij beroepschrift aangegeven gronden hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Breda op 3 januari 2005, nummer 04/172 WW, gewezen uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Bij brief van 2 mei 2005 heeft appellante de Raad nog een tweetal stukken toegezonden. Het geding is behandeld ter zitting van 1 februari 2006, waar appellante niet is verschenen en gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. A.J.M. van Hees, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. II. MOTIVERING De Raad stelt voorop dat het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Toeslagenwet (TW) en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden ten tijde als hier van belang. Voor de feiten verwijst de Raad naar hetgeen daaromtrent door de rechtbank in de aangevallen uitspraak is weergegeven. Die feiten vormen, gelet op de inhoud van de gedingstukken, ook voor de Raad uitgangspunt bij zijn beoordeling. Bij besluit van 11 december 2003 (het bestreden besluit) heeft gedaagde de aan appellante toegekende toeslag ingevolge de TW met ingang van 11 november 2002 herzien. Bij besluit van 7 januari 2004 heeft gedaagde de ingangsdatum van de herziening gewijzigd in 8 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.