04/1846 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 24 februari 2004, 03-903 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 18 augustus 2006 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. M.M. Brink, advocaat te Haarlem, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 7 juli 2006, waar partijen niet zijn verschenen. II. OVERWEGINGEN Bij besluit van 28 november 2002 heeft het Uwv aan appellant per 4 augustus 2002 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55-65%. Bij besluit van 17 april 2003 (het bestreden besluit) is het bezwaar van appellant tegen het besluit van 28 november 2003 ongegrond verklaard. Het door appellant ingestelde beroep tegen het bestreden besluit is bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. In hoger beroep is namens appellant aangevoerd dat appellant op de in geding zijnde datum van 4 augustus 2002 niet in staat was tot het verrichten van arbeid. Hij disfunctioneerde op alle sociale niveaus en leefde in een isolement. Verwezen wordt naar de in eerste aanleg overlegde, van 2 oktober daterende verklaring van de appellant behandelend arts-psychotherapeut A. Pull welke inhoudt dat er op de datum in geding sprake was een depressieve episode. De Raad is van oordeel dat de gedingstukken geen grondslag bieden voor het standpunt van appellant dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onvolledig of anderszins ondeugdelijk is. Evenmin heeft de Raad uit de voorhanden zijnde gedingstukken kunnen afleiden dat het Uwv de belastbaarheid van appellant onjuist heeft beoordeeld. De Raad overweegt hiertoe dat de verzekeringsarts D. Baartse appellant zelf heeft onderzocht en informatie heeft opgevraagd bij Pull. Baartse heeft bij appellant forse beperkingen geconstateerd die zijn weergegeven in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 17 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.