06/990 WAO, 06/1110 WAO Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op de hoger beroepen van: [betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv) tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 13 januari 2006, 04/743 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: betrokkene en het Uwv. Datum uitspraak: 12 oktober 2006 I. PROCESVERLOOP Het Uwv heeft hoger beroep ingesteld. Namens betrokkene heeft mr. P.J. de Rooij, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand te Leusden, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Namens betrokkene is een rapport, gedateerd 2 juni 2006, van de arbeidsdeskundige R.A. van Baalen, ingezonden. Bij brieven van 19 juni 2006 heeft het Uwv nadere informatie verstrekt en zijn standpunt nader toegelicht, onder meezending van een rapport, gedateerd 17 mei 2006, van de bezwaararbeidsdeskundige N. van Rhee, voorzien van bijlagen. Het onderzoek ter zitting heeft, ten dele gevoegd met een aantal andere zaken, plaatsgevonden op 30 juni 2006. Het Uwv heeft zich doen vertegenwoordigen door E.M. Cohen, arbeidskundig beleidsmedewerker, E.J.S. van Daatselaar, beleidsmedewerker en jurist, H.A.M. Hulshof, senior bezwaararbeidsdeskundige, W.C. Otto, verzekeringsarts en beleidsmedewerker en D. Vermeulen, arbeidskundig analist. Voor betrokkene is verschenen haar raadsman De Rooij, voornoemd. Na de behandeling ter zitting zijn de zaken gesplitst en wordt in iedere zaak afzonderlijk uitspraak gedaan. II. OVERWEGINGEN Oordeel inzake de aanpassingen van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) in het licht van de uitspraken van de Raad van 9 november 2004 (LJNummers: AR4716, AR4717, AR4718, AR4719, AR4721 en AR4722) Mede naar aanleiding van hetgeen ter zitting aan de orde is gekomen, overweegt de Raad in de eerste plaats met betrekking tot de algemene CBBS-aspecten het volgende. In de uitspraken van 9 november 2004 heeft de Raad geoordeeld over verschillende besluiten waarin de mate van arbeidsongeschiktheid van de betrokken verzekerde was bepaald met behulp van het zogeheten CBBS, welk systeem vanaf 1 januari 2002 het Functie Informatie Systeem (geleidelijk) is gaan vervangen als ondersteunend systeem bij de beoordeling van aanspraken op een uitkering ingevolge de arbeidsongeschiktheidswetten. Hierbij heeft de Raad ook meer in het algemeen een oordeel uitgesproken inzake het CBBS. In dat verband heeft de Raad, samengevat weergegeven, in de eerste plaats overwogen dat hem niet is gebleken van redenen om een systeem als het CBBS niet in beginsel rechtens aanvaardbaar te achten als ondersteunend systeem en methode bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid in de zin van de arbeidsongeschiktheidswetten. In het bijzonder geldt dit volgens die uitspraken ook voor de systematiek waarbij de aanwezigheid en de mate van beperkingen in beginsel worden bepaald door middel van een vergelijking met zogeheten normaalwaarden als referentiekader. De Raad heeft evenwel tevens overwogen dat er een drietal in het oog springende onvolkomenheden aan het CBBS kleeft. Daaromtrent is geoordeeld dat dit in beginsel in de weg kan staan aan een nog als toereikend aan te merken niveau van transparantie, verifieerbaarheid en toetsbaarheid van een met behulp van het CBBS tot stand gekomen besluit. In de eerste plaats heeft de Raad erop gewezen dat in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), en dus ook in de kritische FML (kFML), de nummering van de belastbaarheidsaspecten niet overeenstemt met de nummering van de naar inhoud overeenkomende items in de lijsten met belastinggegevens van de functies. Als gevolg hiervan, zo heeft de Raad vastgesteld, is het voor anderen dan functionarissen van het Uwv niet mogelijk om op een relatief eenvoudige wijze belastbaarheids- en belastinggegevens met elkaar te vergelijken. Als tweede onvolkomenheid heeft de Raad aangemerkt dat het CBBS, bij de weergave van de resultaten van de geautomatiseerde vergelijking door het systeem van de matchende beoordelingspunten, niet voorziet in enige signalering, door middel van een asterisk of anderszins, ten teken dat met een bepaald aspect of met bepaalde aspecten van de functiebelasting de belastbaarheid van de betrokken verzekerde mogelijk wordt overschreden. Ook als gevolg hiervan laat het zich, aldus de Raad in genoemde uitspraken, voor anderen dan functionarissen van het Uwv niet goed controleren of terecht het standpunt is ingenomen dat de totale belasting van een functie binnen de medische mogelijkheden van een betrokkene blijft. In de derde plaats heeft de Raad overwogen dat als gevolg van de systematiek van de zogeheten niet-matchende beoordelingspunten, welke in tegenstelling tot de matchende beoordelingspunten door het geautomatiseerde systeem niet met elkaar worden vergeleken, het in beginsel mogelijk is dat functies door het systeem als potentieel passend worden geselecteerd die dat door overschrijdingen van de belastbaarheid van de betrokken verzekerde op een of meer van dergelijke niet-matchende punten mogelijk toch niet zijn. In de definitie van deze niet-matchende punten ligt immers besloten dat een dergelijke (mogelijke) overschrijding bij de geautomatiseerde vergelijking door het CBBS van belastbaarheids- en belastinggegevens niet wordt onderkend en dus ook niet wordt gesignaleerd, hetgeen in voorkomende gevallen een extra belemmering vormt voor de justitiabele of de rechter om te controleren of de betreffende functie door de arbeidsdeskundige terecht als passend is aangemerkt. Naar aanleiding van de uitspraken van de Raad van 9 november 2004 is het Uwv overgegaan tot het aanbrengen van enkele systeemaanpassingen, teneinde de hiervoor vermelde onvolkomenheden in het CBBS op structurele wijze op te heffen. Als eerste aanpassing heeft het Uwv in een nieuw document Resultaat Functiebeoordeling (RF) de nummering en de volgorde van de belastingpunten in de geselecteerde functies in overeenstemming gebracht met nummering en volgorde van de belastbaarheidsaspecten in de FML. De Raad is van oordeel dat met deze systeemaanpassing volledig is tegemoet gekomen aan de door de Raad in zijn uitspraken van 9 november 2004 als eerste kritiekpunt op het CBBS gesignaleerde onvolkomenheid. Met betrekking tot het ontbreken van signaleringen ten teken van een mogelijke overschrijding van de belastbaarheid, heeft het Uwv het CBBS in die zin aangepast dat in het RF onderdelen van de functiebelasting waarbij zich mogelijk een overschrijding kan voordoen - hetgeen doorgaans het geval zal zijn indien de betrokken verzekerde door de verzekeringsarts beperkt wordt geacht ten opzichte van de normaalwaarde of indien in een functie een belasting wordt gevraagd die meer bedraagt dan de normaalwaarde - door het systeem automatisch worden voorzien van een signalering. Daarmee wordt aangegeven dat in beginsel op het betreffende belastingaspect een nadere motivering van de arbeidsdeskundige en/of de verzekeringsarts is vereist. De Raad stelt vast dat met deze aanpassing van het CBBS in voldoende mate is tegemoet gekomen aan het kritiekpunt van de Raad in zijn uitspraken van 9 november 2004 betreffende het ontbreken van signaleringen van mogelijke overschrijdingen van de belastbaarheid van de betrokkene in de functiebelasting. Met de gebruikte signaleringen is immers voor een ieder kenbaar dat het gaat om een beoordelingspunt ten aanzien waarvan sprake is van een mogelijke overschrijding van de belastbaarheid en ten aanzien waarvan derhalve bijzondere oplettendheid is vereist. Ook met betrekking tot de door de Raad als derde kritiekpunt gesignaleerde onvolkomenheid, betreffende de niet-matchende punten, heeft het Uwv het systeem gewijzigd. Zoals van de zijde van het Uwv is toegelicht, komen niet-matchende punten voor in een tweetal varianten, te weten niet-matchende punten in de FML en niet-matchende punten in de functiebelasting. Bij de eerste variant gaat het om bepaalde beoordelingspunten in de FML waarvoor geen corresponderend belastingpunt aan de zijde van de functiebelastinggegevens bestaat, en bij de tweede soort gaat het om een aantal functiebelastinggegevens die niet voorkomen in de FML. De aangebrachte systeemaanpassing bestaat hieruit dat de niet-matchende punten in de FML ter zake waarvan de verzekeringsarts een beperking van de normaalwaarde heeft aangegeven, op het RF worden vermeld, voorzien van een signalering. Relevante, niet-matchende belastingpunten aan de zijde van de functiebelasting worden eveneens voorzien van een signalering. De Raad is van oordeel dat ook hier geldt dat voldoende is tegemoet gekomen aan de hiervoor weergegeven kritiek van de Raad in zijn uitspraken van 9 november 2004 dat eventuele overschrijdingen ter zake van niet-matchende punten, nu deze niet zichtbaar worden gemaakt op de CBBS-formulieren, voor anderen dan functionarissen van het Uwv verborgen blijven en dat aldus in voorkomende gevallen sprake is van een extra belemmering voor de justitiabele en/of de rechter om te controleren of de betreffende functie door de arbeidsdeskundige terecht als passend is aangemerkt. De Raad overweegt voorts dat voor hem, op grond van de beschikbare gegevens en de van de zijde van het Uwv zowel schriftelijk - de Raad wijst in dit verband op de brief van 4 mei 2006 waarmee het Uwv in enkele van de met de onderhavige zaak ter zitting gevoegd behandelde zaken heeft geantwoord op een aantal door de Raad bij brief van 9 maart 2006 gestelde algemene vragen inzake het aangepaste CBBS - als ter zitting verstrekte nadere uitleg en toelichting, genoegzaam aannemelijk is geworden dat het aangepaste CBBS-systeem, zowel bij de matchende als bij de niet-matchende beoordelingspunten, mogelijke overschrijdingen in geselecteerde functies van de belastbaarheid van een verzekerde alle onderkent en signaleert. De Raad wil in dit verband overigens niet nalaten op te merken, onder verwijzing naar hetgeen dienaangaande ter zitting is besproken, dat van de zijde van het Uwv is benadrukt - en de Raad sluit zich daarbij aan - dat voorwaarde daartoe wel is dat de verzekeringsarts de FML op juiste wijze invult en daarbij in het bijzonder erop toeziet dat een beperking ook daadwerkelijk als beperking wordt opgenomen en niet wordt “verstopt” in een toelichting bij een overigens als normaalwaarde aangegeven score, daar een dergelijke toelichting dan bij geautomatiseerde vergelijking niet als beperking zal worden herkend en een mogelijke overschrijding in een functie van de belastbaarheid op een dergelijk aspect dus niet door het systeem zal worden gesignaleerd. De Raad komt in het licht van al het vorenoverwogene tot de slotsom dat met de aangebrachte aanpassingen de aan het CBBS klevende onvolkomenheden, zoals deze zijn beschreven in meergenoemde uitspraken van de Raad van 9 november 2004, in voldoende mate zijn opgeheven. Motivering ten aanzien van mogelijke overschrijdingen van de belastbaarheid Met het Uwv onderkent de Raad drie functies die het CBBS vervult. Het dient als communicatiemiddel tussen verzekeringsarts en arbeidsdeskundige en maakt een voorselectie voor de arbeidsdeskundige van mogelijk als geschikt in aanmerking komende functies. Dit zijn interne functies van het CBBS. Daarnaast gebruikt het Uwv de resultaten van het CBBS tevens naar buiten, als middel om de medische en arbeidskundige beoordeling inzichtelijk te maken en inzicht te geven in de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid. Daarmee gebruikt het Uwv de resultaten van het CBBS met het oog op de op hem op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) rustende plicht om zijn besluiten deugdelijk te motiveren. Bij dat licht overweegt de Raad het volgende. Het aangepaste CBBS voorziet in de mogelijkheid voor de arbeidsdeskundige van het Uwv om zelf, dat wil zeggen zonder voorafgaand nader in overleg te treden met de verzekeringsarts, te beslissen dat met betrekking tot bepaalde door het systeem bij geautomatiseerde vergelijking aangebrachte signaleringen een nadere motivering inzake de passendheid van de betreffende functie op dat beoordelingsaspect of die beoordelings-aspecten niet nodig is. Dit geldt zowel voor de bij de zogeheten matchende aspecten gebruikte signalering in de vorm van de aanduiding M, als de bij niet-matchende aspecten gebruikte signalering in de vorm van de aanduiding M*. Uit de verstrekte toelichting blijkt dat het daarbij volgens het Uwv telkens gaat om punten waarvan op grond van de reeds beschikbare belastbaarheids- en belastinggegevens voor een ieder, derhalve ook voor de niet in het systeem ingewijde leek, zonder meer duidelijk is dat de functie wat betreft de daaraan verbonden belasting binnen de mogelijkheden van de betrokkene blijft. Het gaat daarbij volgens het Uwv aldus om “evidente gevallen”, waarin juist vanwege die evidentie een afzonderlijke motivering inzake de passendheid van de betreffende functie niet nodig wordt geacht. Dit wordt tot uitdrukking gebracht door wijziging door de arbeidsdeskundige van de door het systeem aangebrachte signalering M in een G. Deze handelwijze is volgens de daartoe dienende werkinstructie toegestaan voor de volgende zes gevallen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.