05/1646 AWBZ Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 4 maart 2005, 04/12 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Stichting Ziekenfonds VGZ, gevestigd te Eindhoven (hierna: VGZ) Datum uitspraak: 26 september 2006 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft haar zoon mr. G.C. Hendriks hoger beroep ingesteld. VGZ heeft een verweerschrift ingediend, waarop mr. Hendriks schriftelijk heeft gereageerd. Naar aanleiding van een vraagstelling van de Raad hebben achtereenvolgens mr. Hendriks. VGZ en mr. Hendriks schriftelijk gereageerd. De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 15 augustus 2006, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen. II. OVERWEGINGEN De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. Appellante is op 2 mei 2002 opgenomen in het psychiatrisch ziekenhuis Reinier van Arkel, een toegelaten instelling als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (hierna: AWBZ). Overeenkomstig artikel 17, eerste lid, van het op de AWBZ gebaseerde Bijdragebesluit zorg, waarin is bepaald dat voor verblijf in een instelling in bepaalde gevallen gedurende het eerste jaar geen eigen bijdrage is verschuldigd, is aan appellante over de periode van 2 mei 2002 tot en met 1 mei 2003 geen eigen bijdrage opgelegd. Op 12 juni 2003 heeft het psychiatrisch ziekenhuis aan VGZ bericht dat niet te verwachten valt dat appellante naar de maatschappij zal kunnen terugkeren. Bij besluit op bezwaar van 8 maart 2004 heeft VGZ aan appellante over de periode van 2 mei 2003 tot en met 30 september 2003 de zogenoemde lage bijdrage opgelegd en met ingang van 1 oktober 2003 de zogenoemde hoge eigen bijdrage. Op 26 mei 2004 is appellante van het psychiatrisch ziekenhuis overgegaan naar het verzorgingstehuis De Zuiderschans, eveneens een toegelaten instelling als bedoeld in de AWBZ. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, het beroep tegen het besluit van 8 maart 2004 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft, kort weergegeven, geoordeeld dat VGZ niet ten onrechte de ingangsdatum van de hoge eigen bijdrage heeft bepaald op 1 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.