04/4989 WAO Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 26 augustus 2004, 04/1649 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 27 oktober 2006 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 september 2006 waar beide partijen niet zijn verschenen. II. OVERWEGINGEN Het hoger beroep ziet uitsluitend op de weigering van het Uwv om een vergoeding toe te kennen voor de kosten verbonden aan de werkzaamheden door het Instituut Psychosofia (hierna: IP) tijdens de bezwaarprocedure. Met betrekking tot de proceskostenvergoeding betwist gemachtigde van appellant hetgeen het Uwv heeft opgemerkt over de positie van mevrouw Verhage van IP als deskundige in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Appellant verzoekt de Raad het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de kosten terzake van de rapportage van mevrouw Verhage van IP. Het Uwv stelt in haar verweerschrift dat het hoger beroep een herhaling kent van reeds bekende argumenten en dat deze argumenten wederom geen aanleiding vormen om zijn standpunt te wijzigen. Verder heeft het Uwv volstaan met verwijzing naar rechtspraak van de Raad, onder meer zijn uitspraak van 13 april 2005 LJN: AT
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.