06/324 NABW Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellante] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 12 december 2005, 04/3796 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam (hierna: College) Datum uitspraak: 30 november 2006 I. PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld. Het College heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 19 oktober 2006, waar partijen niet zijn verschenen. II. OVERWEGINGEN De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. Bij besluit van 1 december 2003 heeft het College de gemaakte kosten van bijstand over de periode van 1 augustus 2001 tot en met 31 december 2001 en de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2002 van appellante teruggevorderd. Bij brief van 27 januari 2004 heeft appellante tegen het besluit van 1 december 2003 bezwaar gemaakt. Bij besluit van 8 december 2004 heeft het College het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de termijn van zes weken voor het indienen van een bezwaarschrift was overschreden en dat er geen aanleiding was om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Bij uitspraak van de rechtbank van 21 april 2005 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep tegen het besluit van 8 december 2004 ongegrond verklaard. Bij uitspraak van de rechtbank van 7 september 2005 is het verzet gegrond verklaard. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 8 december 2004 ongegrond verklaard waarmee de uitspraak van 21 april 2005 is vervallen. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd. De Raad komt tot de volgende beoordeling. Allereerst stelt de Raad vast dat in het voorliggende geval niet in geschil is dat het besluit van 1 december 2000 aan het adres van appellante is verzonden en dat appellante evenmin heeft betwist dat zij dat besluit heeft ontvangen. Dit brengt mee dat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift tegen het besluit van 1 december 2003 is aangevangen op 2 december 2003 en eindigde op 12 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.