06/4781 WWB Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van: [appellante] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 30 juni 2006, 05/620 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst, (hierna: College) Datum uitspraak: 15 januari 2007 I. PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet van 24 oktober 2006 heeft de Raad het namens appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Tegen de uitspraak van de Raad van 24 oktober 2006 heeft C.J.M. van den Hoven namens appellante verzet gedaan. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 januari 2007, waar appellante in persoon is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde, en het College - met voorafgaand bericht - zich niet heeft laten vertegenwoordigen. II. OVERWEGINGEN De uitspraak van de Raad van 24 oktober 2006 steunt kort samengevat hierop, dat het beroepschrift niet binnen de termijn van zes weken voor het indienen van een beroepschrift is ingediend en dat hetgeen appellante heeft aangevoerd geen grond bevat waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. In geding is de vraag of het hoger beroep van appellante terecht niet-ontvankelijk is verklaard. De Raad ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in zijn genoemde uitspraak gegeven. De termijn van zes weken voor het indienen van een beroepschrift is in dit geval aangevangen op 1 juli 2006, de dag na die waarop een afschrift van de bestreden uitspraak aan partijen is toegezonden. De laatste dag van de termijn was vrijdag 11 augustus
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.