05/5628 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellante] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 juli 2005, 04/852 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb). Datum uitspraak: 23 februari 2007 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. C.A.J. de Roy van Zuydewijn, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 24 januari 2007 heeft de Svb de Raad nadere stukken doen toekomen. Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat de behandeling van de zaak ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten. II. OVERWEGINGEN Met ingang van 1 januari 2003 zijn de artikelen 3, 4 en 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, voorzover het betreft de Sociale verzekeringsbank in werking getreden. Thans oefent de Svb de taken en bevoegdheden uit die tot genoemde datum werden uitgeoefend door de Sociale Verzekeringsbank. In deze uitspraak wordt onder Svb tevens verstaan de Sociale Verzekeringsbank. Bij besluit van 15 januari 2004 heeft de Svb geweigerd appellante in aanmerking te laten komen voor een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (hierna: ANW). Uit de, met de hierboven genoemde brief van 24 januari 2007 door de Svb, nader toegezonden stukken blijkt dat de Svb aan appellante alsnog een ANW-uitkering heeft toegekend over de periode december 2001 tot en met juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.