04/2710 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellante] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 19 april 2004, 03/392 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 14 juni 2007 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. M.J. Klinkert, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Bij brief van 9 juni 2006 heeft de fungerend president van de Raad de orthopedisch chirurg M.S. Sietsma als deskundige benoemd voor het instellen van een onderzoek. Bij rapport van 4 december 2006 heeft de deskundige van verslag en advies gediend aan de hand van de hem voorgelegde vraagstelling. Naar aanleiding van dit rapport heeft het Uwv een commentaar van de bezwaarverzekeringsarts N. Visser d.d. 15 januari 2007 ingezonden. Bij brief van 14 februari 2007 heeft het Uwv voorts een rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige G. van Dam d.d. 8 februari 2007 en een nieuwe beslissing op bezwaar van 14 februari 2007 aan de Raad doen toekomen. Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten. II. OVERWEGINGEN Bij besluit van 18 september 2002 heeft het Uwv aan appellante medegedeeld dat haar uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), die werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 29 oktober 2002 wordt ingetrokken, omdat zij niet langer arbeidsongeschikt wordt geacht voor de WAO. Bij beslissing op bezwaar van 12 maart 2003 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen de beslissing van 18 september 2002 ongegrond verklaard. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en dat besluit vernietigd; daarbij is tevens beslist over de vergoeding van proceskosten en griffierecht. De rechtbank heeft haar oordeel gebaseerd op de overweging dat de arbeidskundige beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante in het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en dat het bestreden besluit door het Uwv onvoldoende zorgvuldig is voorbereid. Bij de in rubriek I van deze uitspraak genoemde nieuwe beslissing op bezwaar van 14 februari 2007 heeft het Uwv, onder gegrondverklaring van het bezwaar tegen het besluit van 18 september 2002, alsnog besloten de WAO-uitkering van appellante per 29 oktober 2002 onverkort te baseren op een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. De Raad overweegt als volgt. Met de nieuwe beslissing op bezwaar van 14 februari 2007 is naar het oordeel van de Raad geheel tegemoet gekomen aan de grieven van appellante in hoger beroep. Dientengevolge heeft de Raad het hoger beroep van appellante onder toepassing van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet mede gericht geacht tegen de nieuwe beslissing op bezwaar van 14 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.