05/6254 AKW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van: [appellant], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 juli 2005, 04/1157 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna Svb) Datum uitspraak: 13 juli 2007 I. PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 19 mei 2006 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Tegen voornoemde uitspraak heeft appellant bij schrijven van 16 november 2006, bij de Raad ontvangen op 23 november 2006, verzet gedaan. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting op 1 juni 2007, waar beide partijen niet zijn verschenen. II. OVERWEGINGEN De Raad dient in de eerste plaats te beoordelen of appellant ontvankelijk is in zijn verzet. Ingevolge de op grond van artikel 8:55, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van overeenkomstige toepassing verklaarde artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Awb geldt het volgende. De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de uitspraak door middel van toezending aan belanghebbende is bekendgemaakt. Een verzetschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. De uitspraak van de Raad is verzonden op 22 mei 2006, waardoor de termijn voor het instellen van verzet liep van 23 mei 2006 tot en met 3 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.