05/3656 WAZ Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant], tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 26 april 2005, 04/2031 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv). Datum uitspraak: 17 augustus 2007 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. J.A.K. Kuipers, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 18 juni 2007 heeft mr. A.T. Meijhuis, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, de behandeling van het hoger beroep overgenomen. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Bij brief van 24 mei 2007 heeft het Uwv een nieuwe beslissing op bezwaar afgegeven. Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten. II. OVERWEGINGEN Bij besluit van 18 maart 2004 heeft het Uwv aan appellant meegedeeld dat zijn uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), die laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 11 mei 2004 wordt ingetrokken. Het namens appellant daartegen ingediende bezwaar heeft het Uwv bij besluit van 20 augustus 2004 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard. De rechtbank Breda heeft het beroep tegen het bestreden besluit eveneens ongegrond verklaard. Met het nadere besluit van 24 mei 2007 heeft het Uwv te kennen gegeven zijn oorspronkelijk ingenomen standpunt inzake de intrekking van de WAZ-uitkering met ingang van 11 mei 2004 niet langer te handhaven. Ten gevolge hiervan wordt het arbeidsongeschiktheidspercentage van appellant met ingang van 11 mei 2004 onveranderd vastgesteld op 80 tot 100%. Hierdoor kan het bestreden besluit geacht worden te zijn ingetrokken. De Raad stelt vast dat, zoals ook namens appellant is bericht, het besluit van het Uwv van 24 mei 2007 geheel tegemoet komt aan het hoger beroep van appellant tegen het bestreden besluit, zodat op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dit beroep niet wordt geacht mede te zijn gericht tegen het besluit van 24 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.