← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2007:BB2383

06/343 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante] wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 27 december 2005, 05/667 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 14 november 2007 IPROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. R.E. Temmen, advocaat te Bergen op Zoom, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 oktober

  1. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Temmen en haar vader A.A.F.G. Pronk. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. P.M. Klootwijk. IIOVERWEGINGEN In geding is het besluit van het Uwv van 24 februari 2005 waarbij het bezwaar van appellante tegen het besluit van 13 oktober 2004 ongegrond is verklaard. Bij laatstgenoemd besluit heeft het Uwv appellante medegedeeld dat de vordering terzake van het van haar teruggevorderde bedrag aan teveel betaalde uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) ad € 1.451,24 geheel opeisbaar is en dat zij de vordering ineens moet voldoen. Appellante wordt verzocht de vordering voor 28 oktober 2004 aan het Uwv te betalen. In het besluit op bezwaar is vermeld dat, nu appellante geen gehoor heeft gegeven aan het verzoek om genoemd bedrag voor 28 oktober 2004 te voldoen, zij er rekening mee dient te houden dat de vordering wordt verhoogd met de invorderingskosten en de wettelijke rente, terwijl het Uwv bovendien gerechtigd is beslag te leggen op haar inkomen en/of bezittingen. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, en daarbij met name overwogen dat de hier relevante besluiten tot beëindiging en terugvordering van ZW-uitkering rechtens onaantastbaar zijn geworden. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij duidelijkheid wenst te verkrijgen over de hoogte van het teruggevorderde bedrag. In het verweerschrift heeft het Uwv vermeld dat, nadat het besluit op bezwaar was genomen, appellante een betalingsregeling heeft getroffen van € 50,- per maand. Van betaling ineens was vanaf dat moment geen sprake meer. Inmiddels had zij € 1.054,44 betaald. Ter zitting van de Raad heeft appellante een afschrift overgelegd van een besluit van het Uwv van 21 april 2005, voorzien van een bezwaarclausule. Dit besluit houdt in dat, nadat op 5 april 2005 een inkomsten- en uitgavenformulier van appellante is ontvangen, het Uwv akkoord gaat met het voorstel van appellante om de vordering in maandelijkse termijnen van € 50,- te voldoen door middel van verrekening. Voorts hebben partijen ter zitting verklaard dat het onderhavige bedrag inmiddels in zijn geheel is afgelost. De Raad overweegt dat het besluit van 21 april 2005 impliceert dat het Uwv het thans in geding zijnde besluit niet langer handhaaft. Appellante heeft dan ook, zoals zij ter zitting heeft erkend, geen belang meer bij een beoordeling van dat besluit door de Raad. De Raad ziet voorts geen aanleiding het beroep mede gericht te achten tegen het besluit van 21 april
  2. Nu appellante ter zitting heeft verklaard dat dit besluit een bevestiging inhoudt van een tussen partijen gemaakte afspraak en nu zij geen grieven tegen dit besluit heeft aangevoerd, gaat de Raad ervan uit dat dit besluit geheel tegemoetkomt aan het beroep. Ten overvloede merkt de Raad nog op dat partijen ter zitting hebben afgesproken dat, voorzover nog onduidelijkheid zou bestaan over het bedrag van de invordering, het Uwv zich zal inspannen om de nodige opheldering te verschaffen. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb. IIIBESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door M.C.M. van Laar. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P. van der Wal als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 november
  3. (get.) M.C.M. van Laar. (get.) P. van der Wal. JL

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.