05/6614 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellante] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 3 oktober 2005, 05/798 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 26 oktober 2007 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. M.J.M. Strijbosch, advocaat te Eindhoven, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 september 2007, waar appellante met bericht van verhindering niet is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door E.M.C. Beijen. II. OVERWEGINGEN Het inleidend beroep richt zich tegen het besluit van 7 maart 2005 (bestreden besluit) waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 19 oktober 2004, strekkende tot intrekking van de naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% berekende uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering per 19 december 2004 omdat de mate van haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt. De rechtbank heeft bij de uitgevallen uitspraak geoordeeld dat de medische grondslag van het bestreden besluit juist moet worden geacht. Voor wat betreft de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit, heeft de rechtbank vastgesteld dat dit pas in beroep is voorzien van een deugdelijke arbeidskundige toelichting. De rechtbank heeft het beroep van appellante onder verwijzing naar de jurisprudentie van de Raad met betrekking tot het Claimbeoordeling- en Borgingssysteem, gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit, onder toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in stand gelaten. Namens appellante zijn de eerdere beroepsgronden herhaald. Deze houden -kort samengevat- in dat door de artsen onvoldoende rekening is gehouden met haar medische beperkingen, dat appellante door haar klachten niet in staat is om de geduide functies te vervullen en dat ten onrechte is uitgegaan van opleidingsniveau
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.