07/4984 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellante] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 10 juli 2007, 06/1224 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 11 januari 2008 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. D. van der Wal, advocaat te Buitenpost, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 13 november 2007 heeft het Uwv een nieuwe beslissing op bezwaar afgegeven waarop bij faxbericht van 16 november 2007 namens appellante een reactie is ingezonden. Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten. II. OVERWEGINGEN Bij besluit van 24 april 2006 heeft het Uwv aan appellante meegedeeld dat haar verzoek om verhoging van haar uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van 4 februari 2006, die laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%, is afgewezen. Het namens appellante tegen dat besluit ingediende bezwaar heeft het Uwv bij besluit van 4 augustus 2006 (hierna: het betreden besluit) ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Met het nadere besluit van 13 november 2007 heeft het Uwv te kennen gegeven zijn oorspronkelijk ingenomen standpunt inzake de weigering tot verhoging van de WAO-uitkering met ingang van 4 februari 2006 niet langer te handhaven. Ten gevolge hiervan is het arbeidsongeschiktheidspercentage van appellant met ingang van 6 maart 2004, na een wachttijd van vier weken, herzien en vastgesteld op 80 tot
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.