05/6322 WAO Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellant] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 19 september 2005, 05/687 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 11 januari 2008 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. O. Huisman, advocaat te 's-Gravenhage, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Van de zijde van appellant is een nader stuk met bijlagen ingezonden. Het Uwv heeft vervolgens rapportages ingediend van de bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige, waarop namens appellant een aanvullend stuk met bijlagen is ingezonden. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 oktober 2007, waar appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Huisman. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.A.C. Rijk. II. OVERWEGINGEN De Raad neemt als vaststaand aan de feiten die de rechtbank in de aangevallen uitspraak als vaststaand heeft aangenomen. Hier volstaat hij met het volgende. Appellant ontving voorafgaand aan het besluit van 27 december 2004 (hierna: het bestreden besluit) een uitkering, ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Het bestreden besluit berust op het standpunt dat appellant op 21 maart 2004, de in geding zijnde datum, weliswaar beperkingen ondervond bij het verrichten van arbeid, maar dat hij met inachtneming van die beperkingen geschikt was voor werkzaamheden verbonden aan de door de arbeidsdeskundige geduide functies. Vergelijking van de mediane loonwaarde van die functies met het voor hem geldende maatmaninkomen resulteert volgens het Uwv in een verlies aan verdiencapaciteit van 55 tot 65%. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard onder overweging dat het Uwv niet van onjuiste medische beperkingen is uitgegaan. Daarbij is geoordeeld dat de informatie van de neuroloog dr. J.W. Stenvers en revalidatiearts W.C.G. Blanken door de bezwaarverzekeringsartsen afdoende is meegewogen en dat met de door de bezwaarverzekeringsarts opgestelde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) in voldoende mate rekening is gehouden met de klachten en beperkingen van appellant. Het inwinnen van een medisch deskundigenadvies heeft de rechtbank niet noodzakelijk geacht. De rechtbank heeft voorts geoordeeld dat de geduide functies binnen appellants belastbaarheid vallen en dat de mogelijke overschrijdingen genoegzaam zijn gemotiveerd. Het Uwv heeft, aldus de rechtbank, terecht de WAO-uitkering van appellant herzien en berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. In hoger beroep is namens appellant -kort samengevat- aangevoerd dat het onderzoek van de (bezwaar)verzekeringsartsen niet adequaat is verricht en dat deze artsen onvoldoende rekening hebben gehouden met zijn chronische oorontsteking, de aanwezigheid van krachtsvermindering, hypertonie, pijnpunten in de onderarmen en een chronisch pijnsyndroom dat belastingsafhankelijk is. Ter ondersteuning hiervan is verwezen naar de overgelegde informatie van de behandelend neuroloog Stenvers, revalidatiearts Blanken, KNO-arts en huisarts. Voorts is aangevoerd dat appellant door zijn klachten niet in staat is om de geduide functies te vervullen. Ten slotte is de beroepsgrond naar voren gebracht dat naast de datum in geding, 21 maart 2004, eveneens ter beoordeling staat de datum 28 april 2003, zijnde de datum waarop appellant zich vanuit de Werkloosheidwet toegenomen arbeidsongeschikt heeft gemeld. De Raad overweegt als volgt. Het gaat in dit geding om de beantwoording van de vraag of het oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit in rechte stand kan houden. De Raad stelt allereerst vast dat het Uwv bij het bestreden besluit heeft beslist op het bezwaar van appellant tegen het besluit van 3 maart 2004 betreffende voortzetting van zijn WAO-uitkering per 21 maart 2004, alsook heeft beslist op het bezwaar van appellant tegen het besluit van 2 maart 2004 betreffende de herziening van zijn WAO-uitkering met ingang van vier weken na de ziekmelding op 28 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.