06/7352 WWB Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen van 24 november 2006, 06/1350 en 06/1491 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen (hierna: College) Datum uitspraak: 19 februari 2008 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. E.Tj. van Dalen, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld. Het College heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 8 januari 2008, waar partijen niet zijn verschenen. II. OVERWEGINGEN De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. Appellante heeft tot 1 april 2002 een bijstandsuitkering naar de norm voor een alleenstaande ontvangen. Op 28 april 2006 heeft zij wederom een aanvraag om bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) ingediend. Bij besluit van 28 juni 2006 heeft het College de aanvraag afgewezen op de grond dat appellante haar hoofdverblijf niet in de gemeente Groningen heeft. De besluitvorming berust op het rapport van de afdeling Sociale Zaken en Werk van de gemeente Groningen van 9 juni 2006 waarin wordt aangegeven dat appellante sinds de brand in de woning aan het adres [adres 1] te [woonplaats] in 2003 feitelijk verblijft in een stacaravan op de camping te [naam camping] in de gemeente [gemeente]. Bij besluit van 17 oktober 2006 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 28 juni 2006 ongegrond verklaard. Bij de aangevallen uitspraak heeft de voorzieningenrechter het beroep tegen het besluit van 17 oktober 2006 ongegrond verklaard. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd. De Raad komt tot de volgende beoordeling. De Raad stelt voorop dat de te beoordelen periode in het geval van een aanvraag om bijstand de periode bestrijkt vanaf de datum met ingang waarvan bijstand wordt aangevraagd tot en met de datum van het primaire besluit. Het voorgaande betekent dat hier beoordeeld dient te worden de periode van 28 april 2006 tot en met 28 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.