06/3685 en 06/4188 WAO Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 6 juni 2006, 06/85 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: betrokkene en het Uwv. Datum uitspraak: 21 maart 2008 I. PROCESVERLOOP Namens betrokkene heeft mr. W.A. Swildens, advocaat te Alkmaar, hoger beroep ingesteld. Ook het Uwv heeft hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 februari 2008. Betrokkene is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn voornoemde raadsman. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.J.S. van Daatselaar. II. OVERWEGINGEN Betrokkene ontvangt vanaf maart 2001 van het Uwv een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Bij besluit van 25 augustus 2005 heeft het Uwv deze uitkering per 24 oktober 2005 herzien naar de arbeidsongeschiktheidsklasse 15 tot 25%. Bij besluit van 27 december 2005 (het bestreden besluit) heeft het Uwv de bezwaren van betrokkene tegen het besluit van 25 augustus 2005 gegrond verklaard en zijn mate van arbeidsongeschiktheid per 25 oktober 2005 vastgesteld op 55 tot 65%. Het beroep van betrokkene tegen dit besluit is bij de aangevallen uitspraak gegrond verklaard. De rechtbank heeft het besluit vernietigd, het Uwv veroordeeld in de proceskosten van betrokkene en bepaald dat aan hem het betaalde griffierecht dient te worden vergoed. De rechtbank acht de medische grondslag van het bestreden besluit toereikend, maar acht onvoldoende onderbouwd dat betrokkene met zijn arbeidsbeperkingen in staat is de functie machinaal metaalbewerker uit te oefenen, gelet op de aan die functie verbonden belasting op het aspect “hoofdbewegingen”. De rechtbank overweegt tot slot dat het Uwv ter zitting heeft aangegeven, dat bij het bestreden besluit een onjuiste herzieningsdatum is genoemd, dat de juiste datum 25 oktober 2005 is, hetgeen het Uwv zal herstellen. Beide partijen hebben hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft in hoofdzaak aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onvoldoende heeft geacht. Betrokkene stelt van zijn kant dat de rechtbank ten onrechte de medische grondslag van het bestreden besluit heeft onderschreven en voorts, dat de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onvoldoende is omdat daarbij gebruik is gemaakt van de zogenoemde tweede release van het Claimbeoordelings- en Borgingssyteem (CBBS), die in de visie van betrokkene nog niet voldoet aan de daaraan ook blijkens de jurisprudentie te stellen eisen. Ter zitting van de Raad is gebleken dat betrokkene zich met toegenomen klachten per 12 april 2006 volledig arbeidsongeschikt heeft gemeld en dat de mate van arbeidsongeschiktheid waarnaar zijn WAO-uitkering wordt berekend – na bezwaar en beroep – door het Uwv per 10 mei 2006 weer is vastgesteld op 80 tot 100%. De Raad overweegt als volgt. De door het Uwv vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van betrokkene berust op het standpunt, dat betrokkene met zijn in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 7 december 2005 vastgelegde beperkingen, nog in staat is de functies machinaal metaalbewerker (SBC-code 264122), productiemedewerker textiel, geen kleding
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.