← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2009:BH4437

07/3215 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 24 april 2007, 06/2089 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 27 februari 2009 I. PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 januari

  1. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door P.J. Langius. II. OVERWEGINGEN
  2. Bij besluit van 11 april 2006 heeft het Uwv met ingang van 12 juni 2006 de aan appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekende uitkering ingetrokken. Bij besluit van 26 juli 2006, verder: het bestreden besluit, heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 11 april 2006 ongegrond verklaard.
  3. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, bepaald dat de rechtsgevolgen geheel in stand blijven en een beslissing gegeven omtrent het griffierecht. De rechtbank heeft vastgesteld dat het Uwv de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) in beroep nader heeft vastgesteld. De rechtbank gaat uit van de juistheid van deze nader vastgestelde FML. Voorts is de rechtbank van oordeel dat appellant op 12 juni 2006 in staat moet worden geacht de geduide functies te verrichten. Het Uwv heeft naar het oordeel van de rechtbank terecht en op goede gronden met ingang van 12 juni 2006 de uitkering ingetrokken.
  4. In hoger beroep heeft appellant grotendeels zijn tijdens de procedure in eerste aanleg aangevoerde grieven herhaald. Hij is van mening dat hij nog steeds niet in staat is om arbeid te verrichten. Voorts heeft appellant aangevoerd dat de door de verzekeringsarts ingeschakelde zenuwarts geen rekening heeft gehouden met de informatie van psychiater J.J.W.M. van Wely uit
  5. 4.
  6. De Raad overweegt als volgt. 4.
  7. De Raad heeft geen aanleiding gezien om met betrekking tot het bestreden besluit tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank heeft gegeven en hij stelt zich achter de overwegingen die de rechtbank in de aangevallen uitspraak aan dat oordeel ter grondslag heeft gelegd. 4.
  8. De Raad is van oordeel dat de rechtbank genoegzaam is ingegaan op de gronden van appellant. Daarbij wil de Raad opmerken dat de door de verzekeringsarts van het Uwv ingeschakelde zenuwarts J.M.E. van Zandvoort het rapport van psychiater Van Wely uit april 1999 heeft opgevraagd en bij de beoordeling heeft betrokken. 4.
  9. Appellant heeft in hoger beroep geen medische gegevens overgelegd die een ander licht werpen op zijn gezondheidstoestand op het tijdstip dat in geding is. Appellant heeft zijn stelling, dat hij niet in staat is om arbeid te verrichten, niet met medische gegevens nader onderbouwd.
  10. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 februari
  11. (get.) H. Bolt. (get.) T.J. van der Torn. JL

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.