← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2009:BI1942

07/4814 WAO Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 20 juli 2007, 07/276 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 22 april 2009 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 maart

  1. Appellant is verschenen bij mr. De Jonge. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door E. van den Brink. II. OVERWEGINGEN 1.
  2. De Raad verwijst voor de feiten allereerst naar de aangevallen uitspraak. De Raad voegt hier nog het volgende aan toe. 1.
  3. Bij besluit van 11 april 2006 is de destijds aan appellant toegekende uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ingetrokken. 1.
  4. In het kader van de bezwaarprocedure heeft appellant een rapport ingebracht van het Instituut Psychosofia van 31 juli
  5. Bij het bestreden besluit van 11 januari 2007 is het tegen het besluit van 11 april 2006 gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de WAO-uitkering van appellant ongewijzigd voortgezet. Hierbij is het door appellant gedane verzoek om vergoeding van de kosten van het rapport van het Instituut Psychosofia afgewezen.
  6. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit van 11 januari 2007 gegrond verklaard en dit besluit (deels) vernietigd. Hierbij is het Uwv veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten, zijnde de kosten van rechtsbijstand. De rechtbank heeft het verzoek van appellant om vergoeding van de kosten van het rapport van het Instituut Psychosofia afgewezen.
  7. Zoals ter zitting namens appellant is toegelicht is het hoger beroep beperkt tot de afwijzing van het verzoek om vergoeding van de kosten van het rapport van het Instituut Psychosofia.
  8. De Raad volstaat ermee te verwijzen naar zijn uitspraak van 15 mei 2007, LJN BA
  9. Volgens vaste jurisprudentie van de Raad komt een rapport van het Instituut Psychosofia niet voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank heeft het onderhavige verzoek om vergoeding van de kosten derhalve terecht afgewezen.
  10. De Raad concludeert dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.
  11. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten. Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en C.P.J. Goorden en P.J. Jansen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 april
  12. (get.) Ch. van Voorst. (get.) A.C. Palmboom. KR

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.