08/3165 IOAW-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van: [Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 25 maart 2008, 04/1683 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven (hierna: College) I. PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en artikel 21 van de Beroepswet van 21 oktober 2008 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Tegen de uitspraak van de Raad van 21 oktober 2008 heeft appellant verzet gedaan. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 april 2009, waar appellant in persoon is verschenen en het College - met voorafgaand bericht - zich niet heeft laten vertegenwoordigen. II. OVERWEGINGEN De uitspraak van de Raad van 21 oktober 2008 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. De termijn van zes weken voor het indienen van een hogerberoepschrift is in dit geval aangevangen op 8 april 2008, de dag na die waarop een afschrift van de aangevallen uitspraak aan partijen is gezonden. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 19 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.