08/6933 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 20 november 2008, 07/3214 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 9 oktober 2009 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Partijen hebben vervolgens over en weer op elkaars standpunten gereageerd. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 augustus
- Namens appellante is mr. De Jonge verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door drs. P.F.G. Hermans. II. OVERWEGINGEN
- Voor het ontstaan en de loop van de procedure verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak.
- De rechtbank is in de aangevallen uitspraak – voor zover relevant voor de procedure in hoger beroep – onder verwijzing naar de vaste rechtspraak van de Raad, tot het oordeel gekomen dat de kosten met betrekking tot de rapportages van Instituut Psychosofia niet voor vergoeding op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht in aanmerking komen. De rechtbank heeft voorts bepaald dat de betaling van het bedrag van de toegekende proceskosten dient te geschieden aan de griffier van de rechtbank aangezien ter zake van het ingestelde beroep een toevoeging krachtens de Wet op de rechtsbijstand is verleend.
- Namens appellante is in hoger beroep uitgebreid gemotiveerd waarom de kosten van de rapportages van Instituut Psychosofia wel voor vergoeding in aanmerking komen. 4.
- De Raad oordeelt als volgt. 4.
- De Raad stelt allereerst vast dat appellante ter zitting haar grief tegen het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de betaling van het bedrag van de proceskosten aan de griffier van de rechtbank heeft laten vallen. Het geding in hoger beroep beperkt zich dientengevolge tot de vraag of de kosten met betrekking tot de rapportages van Instituut Psychosofia voor vergoeding in aanmerking komen. 4.
- In hetgeen appellante heeft aangevoerd heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om tot een van zijn vaste rechtspraak afwijkend oordeel te komen. Deze vaste rechtspraak houdt – kort samengevat – in dat voor vergoeding van de kosten van door de gemachtigde van appellante ingebrachte rapportages van het Instituut Psychosofia geen plaats is. De Raad verwijst naar onder andere zijn uitspraken van 13 april 2005, LJN AT4323, 16 maart 2007, LJN BA1360, 15 mei 2007, LJN BA5367 en 14 maart 2008, LJN BC
- Ook in deze zaken was mr. De Jonge als advocaat betrokken. 4.
- Nu de Raad geen aanleiding ziet in dit geschil tot een ander oordeel te komen, slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd. 4.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten. Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 oktober
- (get.) G.J.H. Doornewaard. (get.) T.J. van der Torn. TM