08/4078 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant], wonende te Marokko (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 juni 2008, 06/5376 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb). Datum uitspraak: 22 oktober 2009 I. PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift gediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 september
- Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B.T.S.J. Maarschalkerweerd. II. OVERWEGINGEN
- Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit op bezwaar van de Svb van 16 oktober 2006 (hierna: besluit op bezwaar) ongegrond verklaard. Bij dit besluit heeft de Svb zijn primaire afwijzende beslissing op het op 12 mei 2006 door appellant ingediende verzoek om hem vrijwillig te verzekeren voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene nabestaandenwet (ANW) gehandhaafd. Dit besluit is gebaseerd op de grond dat appellant in het jaar direct voorafgaande aan zijn verzoek niet ten minste één jaar verplicht verzekerd is geweest.
- Ter onderbouwing van zijn hoger beroep heeft appellant uitsluitend aangevoerd dat hij bereid is om alsnog premies te betalen voor een vrijwillige verzekering voor de AOW en de ANW. 3.
- De Raad overweegt als volgt. 3.
- Wat appellant ter onderbouwing van zijn hoger beroep heeft aangevoerd is ook al in beroep aangevoerd. Appellant heeft niet betwist en voor de Raad staat vast dat appellant in het jaar direct voorafgaande aan zijn verzoek om hem vrijwillig te verzekeren niet ten minste een jaar verplicht verzekerd is geweest. Dat appellant zich bereid heeft verklaard om alsnog premies te betalen voor een vrijwillige verzekering doet er daarom niet toe. Nu appellant in het jaar direct voorafgaande aan zijn verzoek om hem vrijwillig te verzekeren niet ten minste één jaar verplicht verzekerd is geweest, voldoet appellant immers niet aan de dwingendrechtelijke vereisten voor toelating tot de vrijwillige verzekering voor de AOW en ANW. De Raad onderschrijft de ter zake door de rechtbank gebezigde overwegingen en gegeven oordelen en maakt deze tot de zijne.
- Gelet op het vorenstaande slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd.
- De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 oktober
- (get.) H.J. Simon. (get.) W. Altenaar. DW