← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2009:BK4101

09/2119 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 4 maart 2009, 08/3325 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 20 november 2009 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. D.A. Harff, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 oktober

  1. Appellant is verschenen in persoon, bijgestaan door mr. Harff. Het Uwv was vertegenwoordigd door J.C. Geldof. II. OVERWEGINGEN
  2. Bij besluit van 12 februari 2008 heeft het Uwv appellant meegedeeld dat zijn uitkering ingevolge de WAO ongewijzigd wordt voortgezet naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25-35%. 1.
  3. Bij besluit van 9 juli 2008 (bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellant hiertegen ingediende bezwaar ongegrond verklaard.
  4. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het onderzoek van het Uwv zorgvuldig is geweest en dat voldoende aandacht is besteed aan de psychische klachten van appellant. Het Uwv heeft de functionele mogelijkheden van appellant correct vastgesteld. De bezwaarverzekeringsarts heeft terecht vastgehouden aan de eigen bevindingen met betrekking tot de beperkingen van appellant op psychisch gebied. De belasting van de voorgehouden functies overschrijdt de mogelijkheden van appellant niet.
  5. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij volledig arbeidsongeschikt is. Hij heeft daartoe verwezen naar het onderzoek van de GZ-psycholoog van 4 juni
  6. Nadien zijn de klachten verergerd. 4.
  7. De Raad overweegt als volgt. 4.
  8. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met zijn stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. Ook in hoger beroep heeft appellant geen medische gegevens overgelegd die twijfel doen rijzen aan de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid. De conclusie van de GZ-psycholoog maakt dit niet anders. Gebleken is dat appellant voor zijn psychische klachten niet onder behandeling is (geweest), dat de huisarts daarvoor ook geen reden ziet en dat hij voor die klachten ook geen medicatie gebruikt. De Raad verwijst in dit verband naar het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 24 juni
  9. 4.
  10. Het hoger beroep slaagt dus niet.
  11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 november
  12. (get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen. (get.) T.J. van der Torn. IvR

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.