← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2009:BK4771

08/6547 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 5 november 2008, 08/155 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 27 november 2009 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. M.P. de Witte, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 oktober

  1. Namens appellante is verschenen mr. De Witte. Het Uwv was niet vertegenwoordigd. II. OVERWEGINGEN
  2. De rechtbank heeft op grond van de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen het beroep van appellante gericht tegen het besluit van 18 januari 2008 – waarbij het Uwv, beslissend op bezwaar, heeft gehandhaafd zijn besluit de WAO-uitkering van appellante per 5 augustus 2007 te herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% – ongegrond verklaard.
  3. Appellante heeft in hoger beroep gronden aangevoerd die zij ook reeds in beroep heeft aangevoerd. 3.
  4. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank die gronden afdoende besproken en heeft zij genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank. De door het Uwv in bezwaar geraadpleegde psychiater Van Koningsveld geeft in zijn rapportage van 17 december 2007 niet meer beperkingen aan dan door de (bezwaar)verzekeringsartsen vastgelegd in de functionele mogelijkheden lijst. Voorts is hij van mening dat appellante gebaat is bij een zinvolle dagvulling. 3.
  5. De overige gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd leiden de Raad evenmin tot het oordeel dat de rechtbank ten onrechte geen aanleiding heeft gezien het besluit van 18 januari 2008 te vernietigen. In het Plaatsingsplan Methodiek Different van het Reïntegratiebedrijf Solutions, gedateerd 16 maart 2008 ziet de Raad geen onderbouwing voor de stelling van appellante dat zij op de datum in geding niet beschikte over duurzaam benutbare mogelijkheden tot het verrichten van arbeid. Ook de omstandigheid dat het re-integratieproject inmiddels geheel stilligt, omdat is gebleken dat appellante niet succesvol gere-integreerd kan worden, maakt dit niet anders. Terecht heeft het Uwv er in verweer op gewezen dat appellante zich niet in staat acht om te werken zodat de basis voor een succesvol re-integratietraject niet aanwezig is. De Raad wijst overigens op zijn vaste rechtspraak dat problemen samenhangend met re-integratie niet op een schatting als in geding van invloed zijn. 3.
  6. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 3.
  7. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 november
  8. (get.) J. Brand. (get.) T.J. van der Torn. KR

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.