07/3879 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van: [appellante] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 juni 2007, 06/5219 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 2 december 2009 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. M.H. Samama, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. Bij brief van 14 mei 2009, gelezen in samenhang met de brief van 20 mei 2009, heeft mr. Samama namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Het Uwv heeft tegen het verzoek van appellante verweer gevoerd. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 oktober
- Beide partijen zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. II. OVERWEGINGEN
- Bij besluit van 19 december 2005 heeft het Uwv de aan appellante toegekende uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke was berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 20 februari 2006 ingetrokken. Bij besluit van 9 juni 2006 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 19 december 2005 ongegrond verklaard. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Appellante heeft in hoger beroep verzocht te bepalen dat haar alsnog met ingang van 20 februari 2006 een WAO-uitkering wordt toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Bij het in rubriek I genoemde schrijven van 14 mei 2009 heeft appellante het hoger beroep ingetrokken.
- Appellante heeft ter onderbouwing van haar verzoek om het Uwv te veroordelen in de proceskosten aangevoerd dat bij besluit van 27 april 2009 het Uwv haar alsnog met ingang van 30 mei 2006 een WAO-uitkering heeft toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
- Het Uwv heeft in verweer aangevoerd geen aanleiding te zien voor een proceskosten-veroordeling.
- De Raad overweegt als volgt. 4.
- Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. 4.
- De Raad stelt echter vast dat appellante het hoger beroep niet heeft ingetrokken omdat het Uwv per datum in geding geheel of gedeeltelijk aan het ingediende (hoger) beroep is tegemoetgekomen, maar omdat haar met ingang van een latere datum (30 mei 2006) een volledige WAO-uitkering is verstrekt – naar de Raad begrijpt over een periode van bijna twee jaar – en dat deze uitkering over een zodanig (lang) tijdvak is verstrekt dat er, gelet op het gegeven dat met toevoeging wordt geprocedeerd en appellante een hoge eigen bijdrage moet betalen, in feite bij doorprocederen geen belang meer bestaat. Onder deze omstandigheden kan niet van het geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet worden gesproken. 4.
- Gelet hierop ziet de Raad geen grond voor toepassing van het bepaalde in artikel 8:75 van de Awb. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Wijst het verzoek om toepassing van artikel 8:75 van de Awb af. Deze uitspraak is gedaan door J. Riphagen, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 december
- (get.) J. Riphagen. (get.) M.A. van Amerongen. EK