← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2009:BK8232

08/7363 WIA Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 19 november 2008, 08/3989 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 29 december 2009 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. E.L. Schot, werkzaam bij de vakbond OVB te Scheveningen, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 november 2009, waar partijen met bericht van afwezigheid niet zijn verschenen. II. OVERWEGINGEN

  1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van het Uwv van 8 mei 2008 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat haar uitspraak in plaats treedt van het vernietigde besluit. De rechtbank heeft voorts het bezwaar van appellante tegen het besluit van 2 oktober 2007 niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat het bezwaarschrift van 15 november 2007 niet tijdig is ingediend en dat de psychische klachten van appellante en de omstandigheid dat sprake was foutieve informatie en miscommunicatie niet kunnen leiden tot een verschoonbare termijnoverschrijding, als bedoeld in artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank was voorts van oordeel dat appellante voldoende tijd heeft gehad om, zonodig met hulp van deskundige derden, zich te beraden over haar positie en tijdig (schriftelijk) bezwaar te maken.
  2. In hoger beroep is gesteld dat de rechtbank het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daartoe is gewezen op de brieven van 15 november 2007 en 5 december 2007, waarin appellante een verklaring geeft voor het laten verlopen van de termijn. Appellante heeft gewezen op haar psychische gezondheidstoestand en het onder behandeling zijn van een psychiater. 3.
  3. De Raad overweegt als volgt. 3.
  4. Het geschil spitst zich in hoger beroep toe op de beantwoording van de vraag of er in dit geval sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding op grond waarvan niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar achterwege had dienen te blijven. Die vraag beantwoordt de Raad ontkennend. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, leidt de Raad niet tot een ander oordeel dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank en de daaraan ten gronde liggende overwegingen.
  5. Gelet op het bovenstaande treft het hoger beroep geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
  6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam als voorzitter, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 december
  7. (get.) R.C. Stam. (get.) M.A. van Amerongen. TM

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.