← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2009:BK8238

08/4497 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 18 juni 2008, 08/2195 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 30 december 2009 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. M.H. Klijnstra, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift met bijlage ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 november

  1. Voor appellante is daarbij mr. Klijnstra, voornoemd, verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P. Nicolai. II. OVERWEGINGEN 1.
  2. Appellante is op 5 november 1998 in verband met rugklachten uitgevallen voor haar werkzaamheden als fysiotherapeute. Het Uwv heeft appellante ingaande 4 november 1999 in aanmerking gebracht voor een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Deze uitkering werd laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. 1.
  3. Bij besluit van 20 september 2007, gehandhaafd bij besluit op bezwaar van 7 februari 2008 (hierna: het bestreden besluit), heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellante ingaande 21 november 2007 ingetrokken, omdat de mate van haar arbeidsongeschiktheid minder bedraagt dan 15%.
  4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep van appellante ongegrond verklaard. Het bestreden besluit berust naar het oordeel van de rechtbank op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag. Met betrekking tot de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit heeft de rechtbank overwogen dat de bezwaararbeidsdeskundige P. de Groot in zijn rapportage van 19 mei 2008 genoegzaam heeft aangetoond dat de voor appellante geduide functies passend zijn.
  5. Appellante heeft zich niet kunnen vinden in het oordeel van de rechtbank dat de functies ‘clustermanager wonen & zorg’ en ‘arbeidsdeskundige’ passend zijn voor haar. Appellante heeft in hoger beroep, onder verwijzing naar de door haar in geding gebrachte rapportage van de registerarbeidsdeskundige M.R. Frieling van 22 mei 2008, aangevoerd dat het Uwv ten onrechte heeft aangenomen dat zij over de benodigde bekwaamheden beschikt om die functies uit te oefenen. Appellante heeft daartoe gesteld dat bekwaamheden meer behelzen dan alleen opleiding en ervaring en dat het Uwv derhalve niet uitsluitend op grond van de door haar gevolgde HBO-opleiding fysiotherapie en applicatiecursussen en het begeleiden van stagiaires heeft kunnen aannemen dat zij deze functies uit kan oefenen. Appellante heeft aangegeven dat het haar aan leidinggevende capaciteiten ontbreekt.
  6. De Raad overweegt als volgt. 4.
  7. De Raad stelt vooreerst vast dat, gelet op de inhoud van het hoger beroepschrift en het verhandelde ter zitting, het hoger beroep van appellante zich richt tegen het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit. Dit betekent dat, nu appellante in hoger beroep geen grieven heeft aangevoerd tegen de medische grondslag van het bestreden besluit, met de rechtbank van de juistheid van de medische grondslag - en derhalve de voor appellante vastgestelde belastbaarheid - moet worden uitgegaan. 4.
  8. De Raad heeft in hetgeen appellante in hoger beroep ter zake van de arbeidskundige grondslag heeft gesteld geen grond gevonden om de rechtbank niet te volgen in haar oordeel dat appellante geschikt te achten is voor de functies ‘clustermanager wonen & zorg’ en ‘arbeidsdeskundige’. De Raad overweegt hiertoe dat uit de beschrijving van de inhoud en de taken van de functie ‘clustermanager wonen & zorg’ blijkt dat de taak van de clustermanager voor 25% bestaat uit leiding geven aan het personeel en voor 75% uit andere taken dan leiding geven. De directe aansturing van de verpleegkundigen, fulltime en parttime verzorgenden en assistenten vindt plaats door 3 tot 4 unitleiders. De clustermanager wordt in het leidinggeven dus bijgestaan door de unitleiders. Voor de functie worden door de werkgever voorts geen ervaringseisen gesteld. Nu appellante voldoet aan de gestelde functie-eisen, als fysiotherapeute ervaring heeft opgedaan met het aansturen dan wel opleiden van stagiaires, gelet op haar uitgebreide werkervaring als fysiotherapeute bekend is met het onderhouden van contacten in het werkveld van de gezondheidszorg en er in de Functionele Mogelijkheden Lijst geen beperkingen zijn aangenomen ten aanzien van het persoonlijk en sociaal functioneren, gaat de Raad er van uit dat appellante de functie van clustermanager kan vervullen. De Raad is tot slot niet gebleken dat appellante niet over de geschikte competenties zou beschikken om de functie van arbeidsdeskundige uit te oefenen. De Raad is derhalve evenals de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit op een juiste arbeidskundige grondslag berust. 4.
  9. Uit hetgeen onder 4.1 en 4.2 is overwogen volgt dat het hoger beroep van appellante niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten voor bevestiging in aanmerking komt.
  10. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten. Deze uitspraak is gedaan door C.P.M. van de Kerkhof, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 december
  11. (get.) C.P.M. van de Kerkhof. (get.) A.C.A. Wit. TM

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.