09/246 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 17 december 2008, 07/4481 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 20 januari 2010 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. P.F.M. Gulickx, advocaat te Breda, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 december
- Partijen zijn niet verschenen. II. OVERWEGINGEN
- Appellant, die laatstelijk werkzaam is geweest als inpakker, heeft zich op 22 februari 2007 vanuit een uitkeringssituatie ingevolge de Werkloosheidswet ziek gemeld wegens darmklachten.
- Bij besluit van 20 augustus 2007 is aan appellant meegedeeld dat hem met ingang van 21 augustus 2007 geen ziekengeld meer werd uitgekeerd, omdat hij op en na deze datum niet meer wegens ziekte of gebreken ongeschikt werd geacht tot het verrichten van zijn arbeid.
- Bij besluit van 11 september 2007 (het bestreden besluit) is het bezwaar van appellant tegen het besluit van 20 augustus 2007 ongegrond verklaard.
- De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij met name betekenis toegekend aan het standpunt van de betrokken verzekeringsartsen, die van de behandelend internist verkregen informatie bij hun medisch oordeel hebben meegewogen. De door appellant in beroep overgelegde brief van 22 november 2007 van de huisarts bevatte naar het oordeel van de rechtbank geen medische gegevens die erop wijzen dat de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts de gezondheidstoestand van appellant ten tijde in geding verkeerd hebben beoordeeld.
- In hoger beroep heeft appellant verwezen naar al hetgeen hij in bezwaar en in beroep heeft aangevoerd. Ter aanvulling heeft hij nog enkele medische gegevens ingestuurd.
- De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan in de aangevallen uitspraak ten grondslag gelegde overwegingen. De door appellant in hoger beroep overgelegde medische gegevens hebben betrekking op medische handelingen in 2009 en zien niet op de datum in geding. Deze gegevens vormen dan ook geen aanleiding voor een ander oordeel dan dat van de rechtbank.
- De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari
- (get.) Ch. van Voorst. (get.) M.A. van Amerongen. IvR