← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2010:BL2816

08/6783 WAO Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 3 november 2008, 07/4055 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 5 februari 2010 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. M.E.F. Bredo, werkzaam bij FNV Bondgenoten, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 december

  1. Appellant is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door M.J.H. Maas. II. OVERWEGINGEN
  2. Bij besluit van 6 september 2007 heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, gehandhaafd zijn besluit niet terug te komen op het besluit van 11 april 2005 om de WAO-uitkering van appellant met ingang van 7 juni 2005 in te trekken en, subsidiair, geen WAO-uitkering toe te kennen met toepassing van een verkorte wachttijd van vier weken.
  3. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het door appellant tegen het besluit van 6 september 2007 ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe, kort samengevat, overwogen dat het Uwv bevoegd was om met toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht het verzoek om herziening van het besluit van 11 april 2005 af te wijzen daar niet is gebleken van de vereiste nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat de arbeidsongeschiktheid van appellant per 23 februari 2007 voortkomt uit een andere oorzaak dan die waarvoor de ingetrokken uitkering aan appellant was toegekend en dat derhalve de verkorte wachttijd van vier weken niet op appellant van toepassing is.
  4. In hoger beroep heeft appellant herhaald hetgeen hij in bezwaar en beroep heeft aangevoerd. 4.
  5. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan in de aangevallen uitspraak ten grondslag gelegde overwegingen. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de in hoger beroep herhaalde beroepsgronden afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. 4.
  6. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep geen doel treft. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 4.
  7. Voor een proceskostenveroordeling acht de Raad geen termen aanwezig. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter, J. Brand en B.J. van der Net als leden, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 februari
  8. (get.) G. van der Wiel. (get.) M.A. van Amerongen. TM

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.