08/7039 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 31 oktober 2008, 08/455 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 17 maart 2010 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. M. Ketting, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 februari
- Appellant is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.J.G. Lindeman. II. OVERWEGINGEN
- Voor een weergave van de voor dit geding relevante feiten verwijst de Raad naar rubriek 2 van de aangevallen uitspraak. Deze feiten zijn tussen partijen niet in geschil en vormen ook voor de Raad uitgangspunt bij zijn beoordeling.
- Bij besluit van 8 augustus 2007 heeft het Uwv aan appellant meegedeeld dat hij met ingang van 9 augustus 2007 geen recht meer had op uitkering ingevolge de Ziektewet, omdat hij op en na deze datum niet meer ongeschikt werd geacht tot het verrichten van zijn arbeid. Het betrof hier werk als zelfstandig musicus op één dag per week, waarvoor appellant vrijwillig was verzekerd in het kader van de Ziektewet.
- Bij brief van 16 augustus 2007 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen het besluit van 8 augustus
- Bij brief van 21 september 2007 is appellant door het het Uwv uitgenodigd voor een hoorzitting op 18 oktober
- Bij faxbericht van 16 oktober 2007 heeft mr. S. Ben Tarraf, advocaat te Amsterdam, aan het Uwv meegedeeld dat appellant fysiek niet in staat was om op de hoorzitting – volgens dit bericht op 17 oktober 2007 – te verschijnen. Op 18 oktober 2007 heeft de hoorzitting plaatsgevonden, waar appellant is verschenen en een onderzoek is verricht door een bezwaarverzekeringsarts, die daarover op 28 januari 2008 een rapport heeft uitgebracht.
- Bij besluit van 30 januari 2008 (het bestreden besluit) is het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.
- De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
- Appellant heeft in hoger beroep uitsluitend aangevoerd dat de hoorplicht is geschonden.
- De Raad, zich beperkend tot het punt van geschil, heeft het volgende overwogen. 7.
- De Raad stelt vast dat appellant zelf een bezwaarschrift heeft ingediend en dat appellant overeenkomstig artikel 7:2 van de Algemene wet Bestuursrecht (Awb) in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord. Uit voormeld faxbericht van 16 oktober 2007 blijkt niet dat mr. Ben Tarraf zich als gemachtigde van appellant heeft gesteld. Appellant is ondanks dit faxbericht toch op de hoorzitting van 18 oktober 2007 verschenen. Nu appellant op die hoorzitting kennelijk niet heeft aangegeven dat voornoemde advocaat als zijn gemachtigde optrad en dat hij in diens aanwezigheid wenste te worden gehoord, kan niet worden gezegd dat het Uwv heeft gehandeld in strijd met artikel 7:2 van de Awb.
- Uit hetgeen is overwogen onder 7.1 volgt dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden bevestigd.
- De Raad acht geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten. Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 maart
- (get.) Ch. van Voorst. (get.) M.A. van Amerongen. KR