06/4446 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellant] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 30 juni 2006, 05/8822 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 19 maart 2010 I. PROCESVERLOOP Bij besluit van 27 juli 2005 heeft het Uwv de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van 26 september 2005 herzien van de klasse 80 tot 100% naar de klasse 45 tot 55%. Namens appellant heeft mr. E.J.W.F. Deen, advocaat te ’s-Gravenhage, tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Bij besluit van 16 november 2005 (hierna: bestreden besluit) is het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Namens appellant is hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Na de behandeling van het geding ter zitting op 25 januari 2008 van de Raad is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest, in verband waarmee de Raad heeft besloten het onderzoek te heropenen. De Raad heeft psychiater prof.dr. H.J.C. van Marle en cardioloog dr. G.A. Somsen benoemd als deskundigen voor het instellen van een onderzoek. Deze deskundigen hebben een schriftelijk verslag van hun onderzoek, gedateerd 28 mei 2008 en 4 september 2009, aan de Raad uitgebracht, waarop vervolgens door beide partijen is gereageerd. Het Uwv heeft bij brief (met bijlagen) van 12 november 2009 de Raad meegedeeld dat het bestreden besluit niet langer wordt gehandhaafd en dat volledig tegemoet wordt gekomen aan de bezwaren van appellant. Dit heeft het Uwv bij een nieuw besluit op bezwaar, gedateerd 12 november 2009, aan appellant meegedeeld. Hierbij is bepaald dat de WAO-uitkering met ingang van 26 september 2005 ongewijzigd berekend blijft naar de klasse 80 tot 100%. Namens appellant heeft mr. Deen, voornoemd, de Raad bij brief van 27 november 2009 meegedeeld dat het hoger beroep geen inhoudelijke behandeling meer behoeft en is verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten. II. OVERWEGINGEN 1.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.