09/2811 WIA Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellant] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 8 april 2009, 08/3755 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 19 maart 2010 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. drs. H. Durdu, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 oktober
- Namens appellant is verschenen mr. drs. Durdu voornoemd. Het Uwv was vertegenwoordigd door W.L.J. Weltevrede. Op verzoek van mr. drs. Durdu heeft de voorzitter het onderzoek geschorst om hem in de gelegenheid te stellen nadere stukken in te dienen. Bij brief van 31 december 2009 heeft appellant laten weten dat er geen nieuwe stukken zullen worden ingediend. Vervolgens hebben beide partijen toestemming verleend om een hervatting van het onderzoek ter zitting achterwege te laten. II. OVERWEGINGEN 1.
- Bij besluit van 28 januari 2008 heeft het Uwv appellant meegedeeld dat hij vanaf 25 februari 2008 geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). 1.
- Bij besluit van 11 augustus 2008 (bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellant hiertegen ingediende bezwaar ongegrond verklaard.
- De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat appellant geen stukken van een medische deskundige in het geding heeft gebracht op grond waarvan twijfel zou kunnen rijzen aan de juistheid van de beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts, zoals weergegeven in diens rapportage van 30 januari
- In hoger beroep heeft appellant hiertegen aangevoerd dat hij in Turkije onder behandeling is voor zijn pijnklachten en dat uit nader onderzoek is gebleken dat sprake is van objectieve rugpijn. 4.
- De Raad overweegt als volgt. 4.
- Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met zijn stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. Ook in hoger beroep heeft appellant geen medische gegevens overgelegd die twijfel doen rijzen aan de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid. 4.
- Voorts is de Raad van oordeel dat de bij de aan de schatting ten grondslag liggende functies voorkomende signaleringen afdoende zijn toegelicht door de arbeidsdeskundige in de bijlage “toelichting op de signaleringen” bij de rapportage van de arbeidsdeskundige van 24 januari
- De geduide functies zijn dus passend. 4.
- Gelet op het voorgaande dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 maart
- (get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen. (get.) T.J. van der Torn. JL