← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2010:BM1233

09/1583 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 6 februari 2009, 08/603 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 14 april 2010 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. M.M. Mok, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 maart

  1. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Mok. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C. van den Berg. II. OVERWEGINGEN 1.
  2. Appellant was werkzaam als keukenmedewerker voor 38 uur per week en ontvangt sedert 21 juli 1997 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. 1.
  3. Bij besluit van 12 december 2007 is de uitkering van appellant met ingang van 7 februari 2008 herzien, omdat zijn mate van arbeidsongeschiktheid is afgenomen van 15 tot 25%. 1.
  4. Bij besluit van 26 mei 2008 is het door appellant daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
  5. De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank kan zich blijkens de overwegingen van de aangevallen uitspraak verenigen met de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.
  6. In hoger beroep heeft appellant zijn eerdere beroepsgronden herhaald. Appellant blijft van mening dat hij op en na 7 februari 2008 zodanige beperkingen in zijn lichamelijke belastbaarheid ondervindt, en dit door de jaren heen in steeds toenemende mate, dat hij niet in staat is de voorgehouden functies te vervullen. Appellant is de mening toegedaan dat in alle functies zodanig langdurig gezeten moet worden dat er sprake is van gefixeerd zitten. Voorts is appellant met betrekking tot gebogen en/of getordeerd actief zijn beperkt geacht. In de functie productiemedewerker industrie moet veelvuldig en langdurig in een gebogen houding zittend gewerkt worden zodat ook hier sprake is van een gefixeerde statische houding. 4.
  7. De Raad overweegt als volgt. 4.
  8. Wat betreft het medische aspect ziet de Raad evenals de rechtbank geen reden om de bevindingen van de (bezwaar)verzekeringsartsen met betrekking tot de klachten van appellant en de daaruit voortvloeiende beperkingen voor onjuist te houden. 4.
  9. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat gezien de rapportages van bezwaararbeidsdeskundige L.H.L. Stiekema, in combinatie met de omschrijving van de functiebelasting bij de voorgehouden functies, niet gebleken is dat de beoordeling van de functionele mogelijkheden van appellant voor wat betreft het arbeidskundige aspect niet op goede gronden zou berusten. Met name is afdoende gemotiveerd dat alle functies de mogelijkheid tot vertreden bieden en er geen sprake is van gefixeerde statische houdingen.
  10. Het hoger beroep slaagt niet.
  11. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 april
  12. (get.) R.C. Stam. (get.) M.D.F. de Moor. TM

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.