09/3182 BESLU 09/3184 BESLU Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het verzoek om schadevergoeding van: [Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene), met als partijen: betrokkene en de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie) (hierna: Staat). en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). I. PROCESVERLOOP Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 31 maart 2008, 06/4755, in het geding tussen betrokkene en het Uwv. Bij uitspraak van 16 juni 2009, 08/2562 WAO (LJN BI9366) heeft de Raad uitspraak gedaan op dit hoger beroep. Daarbij heeft de Raad onder meer bepaald dat het onderzoek onder het in de aanhef van deze uitspraak genoemde nummers wordt heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak over het verzoek van betrokkene om schadevergoeding met betrekking tot de mogelijke overschrijding van de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), en heeft de Raad naast het Uwv de Staat aangemerkt als partij in die procedure. Namens de Staat heeft mr. E.J. Daalder, advocaat te ’s-Gravenhage, een schriftelijke uiteenzetting gegeven en namens het Uwv mr. R.A. Sowka. Bij brieven van 3 november 2009 en 4 januari 2010 is namens betrokkene het verzoek om schadevergoeding ter zake van de overschrijding van de redelijke termijn ingetrokken en is in beide gedingen aan de Raad verzocht de Staat te veroordelen in de proceskosten. In het geding 09/3184 BESLU is tevens verzocht de Staat te veroordelen tot vergoeding van de schade, bestaande in de wettelijke rente. Namens de Staat is gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen. Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten. II. OVERWEGINGEN
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.