← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2010:BM5951

09/6211 WAO Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 oktober 2009, 08/61 (hierna: de aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (hierna: Uwv) Datum uitspraak: 26 mei 2010 I. PROCESVERLOOP Namens appellant stelde mr. S. Demirtas, advocaat te Utrecht, hoger beroep in. Het Uwv voerde verweer. Het onderzoek ter zitting vond plaats op 28 april

  1. Appellant verscheen met de bijstand van mr. Demirtas en mr. B.R.H. Barendregt vertegenwoordigde het Uwv. II. OVERWEGINGEN 1.
  2. Het inleidende beroep richt zich tegen het ter uitvoering van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) genomen besluit van 26 november 2007 waarbij het Uwv beslist op het bezwaar van appellant tegen zijn besluit van 24 mei
  3. 1.
  4. Met het besluit van 24 mei 2007 weigerde het Uwv de WAO-uitkering van appellant te verhogen. Het Uwv beschouwde appellant onveranderd als 45-55% arbeidsongeschikt. Met zijn besluit van 26 november 2007 handhaaft het Uwv zijn besluit van 24 mei
  5. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. 3.
  6. De Raad gaat uit van de volgende feiten. 3.
  7. Appellant werkte full time als montagemedewerker in dienst van het [werkgever]. Dat werk staakte hij ingaande 30 oktober 2001 vanwege fibromyalgie en psychische klachten. Het Uwv kende hem per 29 oktober 2002 een WAO-uitkering. Omdat appellant zijn werk gedurende een halve werkweek kon blijven doen, beschouwde het Uwv hem als 45-55% arbeidsongeschikt. 3.
  8. Per 20 april 2005 meldde appellant zich ziek en dat was voor het Uwv aanleiding om zijn WAO-uitkering per 18 mei 2005 te verhogen en appellant in te delen in de arbeidsongeschiktheidsklasse 80-100%. Ingaande 2 januari 2006 verlaagde het Uwv de WAO-uitkering van appellant en deelde hij hem opnieuw in de arbeidsongeschiktheidsklasse 45-55% in. 3.
  9. Op verzoek van appellant vond een herkeuring plaats. De verzekeringsarts stelde op 16 februari 2007 een Functionele Mogelijkhedenlijst op met vergelijkbare medische beperkingen als bij de beoordeling per 2 januari
  10. Met ingang van 23 mei 2007 hervatte appellant zijn werk voor 20 uur per week. Dit werk is volgens de (bezwaar-)arbeidsdeskundige nog steeds voor appellant geschikt, al vertelde appellant zijn collega’s het aangepaste werk niet aan te kunnen.
  11. In hoger beroep herhaalt appellant dat hij op 24 mei 2007 meer medische beperkingen ondervond dan waar het Uwv van uitgaat. 5.
  12. Partijen spitsen hun discussie toe op de situatie per 24 mei 2007 en met de rechtbank zal ook de Raad die datum tot ijkpunt nemen. 5.
  13. Op 24 mei 2007 werkte appellant in het aangepaste werk en de Tomingroep betaalde daarvoor het salaris. De situatie was dus ten opzichte van 2 januari 2006 onveranderd. Het loonverlies van 50% per die datum is door appellant niet aangevochten, zodat het Uwv terecht geen aanleiding zag om de WAO-uitkering van appellant te verhogen.
  14. Het hoger beroep slaagt niet.
  15. De Raad ziet geen reden voor een kostenveroordeling. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en R.C. Stam en M. Greebe als leden, in tegenwoordigheid van R.L. Venneman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 mei
  16. (get.) D.J. van der Vos. (get.) R.L. Venneman. EK

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.