← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2010:BM6578

09/837 WAO en 09/3310 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 18 december 2008, 08/2086 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 2 juni 2010 I. PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld en nadien nadere stukken ingezonden. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en een nieuw besluit op bezwaar van 16 juni 2009 ingezonden. Appellant heeft nadien bij brief van 23 maart 2010 nog nadere stukken ingezonden, waarop het Uwv desgevraagd bij brief van 14 april 2010 heeft gereageerd. Appellant heeft nog een schriftelijke reactie hierop ingezonden. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april

  1. Appellant is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door C. van Nood. II. OVERWEGINGEN 1.
  2. Aan appellant is na uitval voor zijn voltijdse werk als onderhoudsschilder met gewrichtsklachten per 23 juli 1987 een arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, toegekend. Deze uitkering is met ingang van 3 mei 2004 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. 1.
  3. In het kader van een herbeoordeling is appellant op 7 november 2005 door de verzekeringsarts gezien. Deze arts heeft in de Functionele Mogelijkheden Lijst van 8 november 2005 aangegeven dat appellant in staat is om, met inachtneming van beperkingen ten aanzien van onder meer rug-, nek-, schouder- en heupbelasting, deadlines, productiepieken en hoog handelingstempo, hele dagen te werken. Vervolgens heeft de arbeidsdeskundige functies geselecteerd waarmee appellant 10,5% minder inkomen zal kunnen verwerven. In overeenstemming hiermee heeft het Uwv bij besluit van 13 juni 2006 de WAO-uitkering met ingang van 13 augustus 2006 ingetrokken onder overweging dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt is. Bij besluit van 19 oktober 2006 heeft het Uwv het tegen het besluit van 13 juni 2006 ingediende bezwaar in zoverre gegrond verklaard dat appellant - op arbeidskundige gronden - per 13 augustus 2006 15 tot 25% arbeidsongeschikt wordt beschouwd. 1.
  4. Bij uitspraak van 24 oktober 2007 heeft de rechtbank het besluit van 19 oktober 2006 vernietigd en het Uwv opdracht gegeven om met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen. De rechtbank heeft de medische grondslag van dit besluit onderschreven. Ten aanzien van de arbeidskundige grondslag heeft de rechtbank overwogen dat van de aan de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling ten grondslag gelegde functies van wikkelaar, samensteller elektronische apparatuur (sbc-code 267050) en parkeercontroleur (sbc-code 342022) niet alle signaleringen in overeenstemming met de uitspraken van de Raad van 12 oktober 2006 - LJN AY9971 en AY9980 - van een afzonderlijke toelichting zijn voorzien. Nu daardoor slechts één functie resteert (er waren geen reservefuncties geselecteerd), is er sprake van een onvoldoende arbeidskundige grondslag voor de schatting. 1.
  5. Ter uitvoering van deze uitspraak heeft de bezwaararbeidsdeskundige in zijn rapport van 15 januari 2008 de signaleringen (ten teken van mogelijke overschrijding van de belastbaarheid) bij de twee desbetreffende functies alsnog van een toelichting voorzien. Bij besluit op bezwaar van 7 februari 2008 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid met ingang van 13 augustus 2006 (opnieuw) vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
  6. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank de functies met sbc-code 342022 voor appellant in medisch opzicht passend geacht, onder overweging dat de bezwaarverzekeringsarts in haar rapport van 18 juni 2008 voldoende heeft gemotiveerd dat die functies passend zijn. Ten aanzien van de functies met sbc-code 267050 heeft de rechtbank geoordeeld dat de signalering bij het onderdeel tillen nog steeds onvoldoende is toegelicht. De rechtbank heeft derhalve het bestreden besluit vernietigd en het Uwv opgedragen om met inachtneming deze uitspraak - andermaal - een nieuw besluit te nemen. 3.
  7. Appellant heeft in hoger beroep arbeidskundige gronden naar voren gebracht en de Raad verzocht het Uwv op te dragen binnen een vast te stellen termijn met een nieuw besluit te komen en aan dit besluit ook voorwaarden te stellen. 3.
  8. Het Uwv heeft zich daartegen verweerd en heeft voorts, ter uitvoering van de aangevallen uitspraak, een nieuw besluit op bezwaar van 16 juni 2009 gegeven waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid per 13 augustus 2006 is herzien naar 25 tot 35%. 3.
  9. Partijen is vervolgens schriftelijk bericht dat de Raad vooralsnog heeft besloten om bij de behandeling van het geding onder nr. 09/837 WAO tevens een oordeel te geven over het nadere besluit van 16 juni
  10. 09/837 WAO 4.
  11. De Raad is van oordeel dat de arbeidskundige gronden van het hoger beroep niet slagen. De Raad concludeert met de rechtbank dat de bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige inzichtelijk en afdoende hebben toegelicht waarom de functies met sbc-code 342022 gegeven de beperking ”liefst regelmaat” in medisch opzicht passend zijn. Hetgeen daartegen in hoger beroep is aangevoerd, levert geen nieuwe gezichtspunten op en leidt de Raad derhalve niet tot een ander oordeel. 4.
  12. De stelling van appellant dat de rechtbank in haar uitspraak van 24 oktober 2007 omtrent de functie van wikkelaar (sbc-code 267050) heeft overwogen dat deze niet kan worden gehanteerd omdat hiervan maar 1 functie in Nederland beschikbaar is, berust naar het oordeel van de Raad op een evident onjuiste lezing van die uitspraak. 4.
  13. De Raad overweegt in dit geding ten slotte dat het Uwv ter uitvoering van de aangevallen uitspraak een nieuw besluit heeft gegeven en dat de Raad, zoals hierna onder 5 zal blijken, tot een eindoordeel over dit besluit kan komen, zodat in zoverre aan het hoger beroep tegemoet gekomen is. 4.
  14. Het vorenstaande leidt de Raad tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 09/3310 WAO 5.
  15. Aangezien het besluit van 16 juni 2009, dat naar aanleiding van de aangevallen uitspraak is genomen, niet geheel aan het beroep tegemoet komt, wordt op de voet van de artikelen 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroep geacht mede tegen dit besluit te zijn gericht. 5.
  16. De Raad stelt vast dat de bezwaararbeidsdeskundige op 23 januari 2009 heeft gerapporteerd dat er binnen de sbc-code 267050 naast de functies wikkelaar en samensteller elektronische apparatuur nog een aantal andere functies met in totaal 24 andere arbeidsplaatsen op de datum in geding konden worden geselecteerd. De bezwaararbeidsdeskundige heeft de geschiktheid van die functies in medisch opzicht toegelicht. Vergelijking van de hieraan te ontlenen resterende verdiencapaciteit met het maatmaninkomen resulteert, aldus die bezwaararbeidsdeskundige in een nader rapport van 30 maart 2009, in een verlies aan verdiencapaciteit van 25,6%. 5.
  17. De Raad ziet, mede in aanmerking genomen dat tegen dit besluit geen afzonderlijke bezwaren naar voren zijn gebracht, geen aanknopingspunten om die conclusie voor onjuist houden. De Raad laat daarbij meewegen dat blijkens het resultaat functiebeoordeling bij de actuele functies binnen de sbc-code 267050 geen signalering bij het aspect tillen voorkomt. 5.
  18. Hetgeen onder 5.1 tot en met 5.3 is overwogen, leidt de Raad tot de slotsom dat het beroep tegen het besluit van 16 juni 2009 ongegrond dient te worden verklaard.
  19. Voorts overweegt de Raad - ten overvloede - dat het Uwv bij brief van 14 april 2010 duidelijk heeft gemaakt dat de datum 17 mei 1989 in een brief van een arbeidsdeskundige aan appellant van 12 augustus 2009 op een kennelijke misslag berust.
  20. Tot slot ziet de Raad geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak; Verklaart het beroep tegen het besluit van 16 juni 2009 ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 juni
  21. (get.) G.J.H. Doornewaard. (get.) T.J. van der Torn. EF

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.